Posts tonen met het label vertrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vertrouwen. Alle posts tonen

vrijdag 8 september 2017

Een groot geloof

Mattheus 8:8 De hoofdman antwoordde en zei: Heere, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord, en mijn knecht zal beter worden.

Een groot geloof, dat is wat er uit deze woorden blijkt. En dat zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Heere Jezus. Nadat de Romeinse hoofdman deze woorden heeft gesproken, zegt Jezus: zo’n groot geloof heb ik zelf in Israël niet gevonden. De Romeinse hoofdman heeft dus een groot geloof, maar hoezo eigenlijk? Wat is er zo bijzonder aan wat hij zegt?

Allereerst gaat de man naar Jezus toe. Dat laat al zien dat hij Jezus belangrijk vindt en Hem hoger in aanzien heeft dan normale mensen. Hij stuurt geen knecht of ander belangrijk figuur, maar de hoofdman gaat zelf. Hij zoekt Jezus op, hij spreekt Jezus aan en vraagt Hem iets. Hij weet waar hij naartoe moet met zijn problemen en dat is Jezus. Gaan wij ook met onze problemen naar Jezus? Of willen we het zelf wel opknappen?

De hoofdman gaat naar Jezus in het vertrouwen dat Jezus zijn knecht zal beter maken. Het is niet een misschientje, maar een zeker weten dat Jezus dat kan. Hij hoopt dat Jezus zijn knecht beter zal maken, maar Hij weet dat Jezus het kan. En zo valt Hij op zijn knieën en smeekt Jezus. Hij had Jezus kunnen bevelen mee te gaan, hij had Jezus kunnen grijpen en naar zijn huis kunnen brengen. Maar dat doet hij niet. Hij smeekt Jezus op zijn knieën, want hij weet dat Jezus goddelijk is. Dat Jezus boven de mensen staat. Dat is een eyeopener voor ons. Hoe gaan wij naar Jezus met onze vragen? Smeken we op onze knieën in eerbied voor Hem?

Er is nog een bijzonder aspect in deze geschiedenis en dat is dat de hoofdman wil dat Jezus zijn knecht op afstand beter maakt. Jezus zegt eerst: ik ga met je mee naar huis. Maar de hoofdman weigert dat, daar is Jezus te hoog verheven voor. Jezus kan het nu uitspreken en ervoor zorgen dat zijn knecht beter is. Wat een geloof zeg! Het kan niet anders dan dat hij Jezus ziet als God en dat hij weet dat Jezus van God afkomstig is. Als die hoofdman gelooft dat Jezus op afstand iemand kan beter maken, dan heeft Hij de regie in handen over de wereld.


Zullen wij eens in de schoenen van die hoofdman gaan staan en op dezelfde manier naar Jezus toe gaan? Hem alles voorleggen en al onze zorgen vertellen. Wetende dat Hij weet wat Hij ermee moet doen en zelfs die zorgen kan wegnemen. En Hem alle eer geven in ons leven, want Hij is het waard. En dat ons geloof zo groot mag zijn, dan we zonder het te zien toch geloven. Heerlijke Jezus, U bent hoogverheven en ik leg alles voor U neer!

zondag 15 januari 2017

Een groot geloof

Lukas 7:9 Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Hij keerde Zich om en zei tegen de menigte die hem volgde: Ik zeg u:Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden.
Een groot geloof, wat is dat nu eigenlijk? Wanneer zou Jezus over ons zeggen dat we een groot geloof hebben? Hoe zou ons geloof eruit moeten zien om benoemd te worden tot een groot geloof? De hoofdman in Kapernaum had het wel en Jezus zei het over hem. Niet zomaar tussen neus en lippen door of tegen Zijn discipelen, maar tegen de menigte. Hij keerde Zich er zelfs voor om. Laten we eens kijken wat zo’n groot geloof nu inhoud.
Allereerst was daar natuurlijk het feit dat de hoofdman Jezus om hulp vroeg. De dokters hadden geen oplossing meer en de knecht van de hoofdman lag doodziek op bed. Toen stuurde de hoofdman een aantal oudsten van het volk naar Jezus toe om Hem te vragen zijn knecht beter te maken. De hoofdman verwachtte het van Jezus, hij kon nergens ander terecht. Jezus was zijn hoop en in Jezus was zijn verwachting. De hulp en redding moest bij Jezus vandaan komen en daar was zelfs deze Romein zich van bewust.
Dan komt Jezus naar hem toe om zijn knecht te genezen. Maar wanneer Jezus in de buurt van zijn huis komt stuurt hij een paar vrienden van hem naar Jezus toe om te zeggen: ik ben het niet waard dat U in mijn huis komt. De belangrijke Romein vernedert zichzelf tegenover Jezus. Hij kon Jezus laten halen onder dwang, hij kon iedere Jood met een knip in zijn vingers laten onthoofden, maar hij vernederde zich door Jezus te belangrijk en te heilig te vinden om zijn huis te betreden. Nu hoeven wij niet Jezus buiten de deur te houden, maar we mogen Hem juist in onze huizen welkom heten. Maar onze houding naar Jezus, een houding van nederigheid tegenover de Zoon van God, dat is een onderdeel van het grote geloof van deze Romein. Staan wij ook zo tegenover Jezus? Of vinden wij onszelf belangrijker?
En als klap op de vuurpijl komt daar het zien van Gods almacht in Jezus Christus bij. De hoofdman weet dat Jezus alleen maar hoeft te spreken en dat het gebeurt. Wanneer Jezus maar zal zeggen: word genezen, dan zal dat ook gebeuren. Hij denkt groot van Jezus en gelooft in Zijn macht. Hoe staan wij daarin? Geloven wij in de Almacht van Christus? Dat Hij onze zonden kan en wil vergeven? Dat Hij de satan heeft overwonnen en zijn macht heeft ontnomen?
En deze Romein was ook nog eens goed voor de Joden. Hij had ze lief en hielp ze zelfs om een synagoge te bouwen. Hij was niet een heerser en vond zichzelf zo belangrijk. Nee, hij wilde liefde uitdelen aan de mensen om hem heen. Ook dat is onderdeel van het geloof: goed doen voor onze naaste. En hoe doen wij dat? Wat doen wij voor onze naaste?
Jezus zegt: de mensen die stand houden en in Mijn naam blijven geloven, die zal Ik de kroon des levens geven in de hemel. Het geloof van de Romein is een voorbeeld voor ons. Wanneer wij dat voorbeeld volgen en zo ons volledige vertrouwen op Jezus stellen, nederig voor Hem buigen en Gods almacht zien in Hem, zullen ook wij die kroon ontvangen. Strijd daarom de goede strijd en werk aan een groot geloof. Niet om uzelf beter te voelen of om beter te zijn dan de rest, maar omdat Jezus Christus het waard is om door een groot geloof gediend te worden.

maandag 29 augustus 2016

Geloof en geen werken

Romeinen 4:3 Want wat zegt de schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend.

Romeinen 4:5 Bij hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.

Hoe wordt je nu eigenlijk zalig? Is dat door veel goede dingen te doen? Is dat door goed te leven en jezelf in te zetten voor anderen? Dat zou je soms bijna gaan denken. Je hoort vaak: maar ik leef toch goed? Ik doe geen mens kwaad. Dus als er een hemel is, dan zal ik daar vast wel komen. Dat kan een geruststellende gedachte zijn, maar het is absoluut niet Bijbels.

De Bijbel zegt dat geloof alleen je zalig maakt. Kijk maar eens naar Abraham, zoals beschreven staat in vers 3 van Romeinen 4: en Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend. Abraham deed maar één simpel ding: geloven. Hij geloofde God en meer niet! En dat is hem tot gerechtigheid gerekend; dat wil zeggen: God heeft hem naar recht vrijgesproken.

Maar Abraham heeft toch helemaal geen recht om zalig te worden? Hij is toch immers ook een mens en dus verdorven door de zonde? Hij is toch ook van God afgescheiden en kan niet in de hemel komen? Inderdaad, eerst wel. Maar toen God Abraham riep geloofde hij God. En dat is wat Abraham vrijspreekt van de zonde en van de eeuwige dood. Niet al zijn goede werken of zijn goede keuzes, maar alleen maar geloof.

En dat geldt ook voor jou en mij. Wij worden niet door onszelf zalig. Jij en ik kunnen er niet voor zorgen dat we zalig worden, al werken we nog zo hard. Al doen we nog zoveel mooie en goede dingen, het is allemaal nutteloos als we erdoor zalig willen worden. We worden alleen gerechtvaardigd door het geloof! That’s it!

En dat druist tegen onze natuur in, want we willen alles zelf doen.
Wij willen zelf bepalen wat we doen, wij willen bepalen of we zalig worden ja of nee en wij willen eigenlijk door goede dingen in een mooi blaadje bij God komen. Jij toch ook? Ik wel, betrap ik mezelf vaak genoeg op. Maar het draait alleen maar om ons geloof.

En dan gaan we inderdaad goede dingen doen. Abraham geloofde God en volgde Hem. Dat volgt op geloof, dat je Jezus gaat volgen en in Zijn voetsporen loopt. Dan krijgt ons geloof handen en voeten, dan zijn we stralende sterren in deze donkere wereld. Maar het maakt ons niet zalig.

Bemoedigd worden we door Paulus. Hij laat ons op deze manier weten dat we het van God mogen verwachten. God geeft ons geloof en dat maakt ons rechtvaardig voor Hem. Wat een heerlijke God hebben wij toch? Hij geeft ons wat we nodig hebben, maar bovenal geloof zodat we eeuwig bij Hem mogen leven.

zondag 15 februari 2015

Als de berg Sion

Psalm 125:1 Een pelgrimslied, Wie op de Heere vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altijd blijft.
Er zijn mensen op wie je kunt vertrouwen, maar of je altijd zeker weet dat het altijd goed komt is niet het geval. Je kunt veel vertrouwen in iemand hebben, maar toch kan het vertrouwen beschaamd worden. Dat kan in verschillende situaties naar voren komen en je kunt zelf wel invullen welke situaties dat bij jou zo is. Je voelde je misschien teleurgesteld, want je vertrouwde diegene nog zo. Een mens kan ons vertrouwen beschamen, maar God niet!
Psalm 125 is een pelgrimslied, een lied voor mensen die onderweg zijn naar een heilige plaats, voor mensen die onderweg zijn naar een eeuwig leven met God. Het is dus niet voor Jan en allemaal geschreven, maar voor kinderen van God. Er wordt ze een hart onder de riem gestoken, ze worden bemoedigd en er wordt ze moed in gepraat. Je hoeft niet bij de pakken neer te zitten als christen, maar je mag sterk staan. God is bij je!
God is Degene die wij kunnen vertrouwen, Hij zal ons nooit laten vallen. Wel kunnen er situaties zijn die niet gaan zoals wij zouden willen of dachten dat het zou gaan. De dagen dat je je zwak voelt, dat je bedrijf niet lekker draait, dat je thuis problemen hebt, dat je het geloof moeilijk vindt, dat je ruzie hebt, dat je je bedrogen voelt. De dagen dat het lijkt of niets lukt, we hebben ze allemaal wel eens. Maar op wie vertrouwde je die dagen?
Wie vertrouwen op de Heer, zijn als de berg Sion. Als je op God vertrouwt, in moeilijk maar ook in de goede tijden, dan ben je al de berg Sion. Je bent onverzettelijk, ondanks dat er van alles kan gebeuren. Je staat stevig in je schoenen, want je weet dat je op God kunt vertrouwen. Hij staat naast je. Je bent dan als de berg Sion, de berg van de Heere. Dat is niet zomaar een berg, maar een heilige berg. De berg van God, je bent een berg in God als je op Hem vertrouwt.
God heeft Christus gegeven om voor ons te sterven en vanuit Christus krijgen we kracht en moed. Door het werk van Christus mogen we sterk staan, we hoeven niet meer te wankelen of te twijfelen. Het is niet de vraag of Hij wel bij je is. Nee, je mag het zeker weten en bij Hem is ook kracht en leven te vinden. Elke dag nieuwe kracht en inspiratie. In Hem sta je sterk en weet je ondanks dat er van alles kan gebeuren dat Hij er voor je is. Christus is Sion en wij mogen op Hem bouwen en daardoor net zo sterk staan. Niet door onszelf, maar door Hem alleen!
Als je dan kijkt naar de machtige bergen in Oostenrijk of Zwitserland en je ziet hoe stevig die staan, dan mogen wij met goede moed in het leven staan. We hoeven niet te wankelen, dat doen die bergen immers ook niet. De top is dun, maar het voetstuk is breed en sterk. Christus is het fundament van elke berg in Hem, van elk mens in Hem.
Dank U Heere Jezus, dat wij sterk mogen staan in U. we vertrouwen op U en daardoor zijn we zo sterk als een berg. U zegt het zelf in Uw Woord en geef toch dat we het ook volledig van U verwachten. Dat we ons leven mogen bouwen in U, met U als Fundament. U bent machtig, dank U daarvoor!

vrijdag 6 februari 2015

God geeft richting

1 Samuel 17:49 Vervolgens stak David zijn hand in de tas, nam daar een steen uit, slingerde die weg, en raakte de Filistijn daarmee tegen zijn voorhoofd, zodat de steen in zijn voorhoofd drong en hij met zijn gezicht ter aarde viel.

Wat een gevecht, de grote Goliath tegen de kleine David. Een ervaren kampvechter die menig gevecht heeft gevoerd en gewonnen tegen een herdersjongen die als boodschappenjongen naar het leger kwam. Oneerlijk, niets wijst in het voordeel van David. Als er in die tijd bookmakers waren en je had op David gewet, was je stinkend rijk geworden. Zo was de situatie waarin David zich bevond, maar hij was niet bang. Hij had God aan zijn zijde.

Heb je al eens nagedacht over dat steentje? Ik las vanavond met mijn kinderen voor de verandering maar eens David en Goliath, ze houden van dat verhaal. David heeft alles geprobeerd om aan te trekken, maar hij doet het allemaal af. Hij gaat naar de reus met zijn slinger, maar bovenal met vertrouwen. Vertrouwen in Zijn God! En als je het verschil tussen die twee strijders ziet, dan moet dat vertrouwen levensgroot zijn geweest. David twijfelt niet aan Gods macht en aan Gods leiding in zijn leven.

Dat steentje, kun je daarmee zo nauwkeurig mikken dat het precies in het voorhoofd van Goliath schiet? Ja, geoefende slingeraars kunnen de steentjes met precisie en hoge snelheid slingeren. Toch stond David onder hoge druk en is het de eerste keer voor hem dat hij zo precies moest gooien en dan ook nog precies tussen de ogen! Sommige mensen spreken over een gelukstreffer, maar dat was het absoluut niet. God bestuurde de steen die David slingerde en dat hij juist op deze manier Goliath raakte en versloeg.

God geeft richting aan de steen van David, omdat David in vertrouwen op Hem de vijand tegemoet ging. Een droomscenario, maar toch geldt dit ook voor ons. God wil ook richting geven in ons leven en ons leiden aan Zijn hand. Niet alleen in moeilijke tijden, maar ook in betere tijden. Toen David bij de schapen was, leefde hij ook met God. God was zijn alles! Is dat ook zo bij ons? David gaat dus niet alleen naar God wanneer hij Hem nodig heeft, maar God is er wel als David Hem nodig heeft. Dat is het mooie van het leven met God. In goede tijden mogen we dicht bij Hem leven, Hem zoeken en een relatie opbouwen, zodat God in moeilijke tijden ons bij kan staan.

God geeft richting aan je daden, wanneer je op Hem vertrouwt. Zoals het steentje van David werd geleid door God hand, zo wil God onze daden ook zegenen. In je werk, in je gezin, in je hobby’s en bij alles wat je doet. Niet alleen op weg gaan, niet denken dat we alles zelf wel kunnen, maar in verwachting en vertrouwen op God in het leven staan en zo onze daden verrichten. Dan wil God ook je werk, je gezin en al het andere zegenen. God wil richting geven aan je leven, aan alles wat je doet, maar we moeten Hem wel aan het werk laten en niet zelf al proberen alles te regelen.

Heere God, wilt U richting geven aan mijn leven, want met U sta ik sterk. Laat mij in afhankelijkheid van U mijn werk doen, mijn gezin leiden, mijn studie doen, mijn hobby’s uitvoeren en mijn werk in de kerk doen. Wilt U het dan ook zegenen, Heere! Geeft U mij richting, ik vertrouw op U.