vrijdag 27 februari 2015

Ik bid wel?

Daniel 6:11 Toen Daniel te weten kwam dat dat bevelschrift ondertekend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn bovenvertrek open vensters naar Jeruzalem. Op drie tijdstippen per dag ging hij op zijn knieën, bad hij en dankte hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan.

Een voorbeeld voor ons allemaal, Daniel. We kennen allemaal de verhalen over hem en zijn vrienden. Daniel kon dromen uitleggen en heeft koningen voor zich gewonnen. Hij ervoer de kracht van God en mocht door die kracht bijzondere taken verrichten. Daniel was afhankelijk van God, maar leefde zo’n mooi leven dat hij best voor zichzelf had kunnen leven. Hij was immers ook slim en wijs, hij kreeg van alle koningen aanzien. Toch stelde Daniel zich afhankelijk van God op en dat werd door God gezegend. Niet altijd zoals Daniel had gedacht misschien, maar wel wat God met Daniel als plan had.

God was voor Daniel het belangrijkste in zijn leven, hij had zelfs zijn leven over voor God. Toen het bevel kwam dat niemand meer tot een andere god mocht bidden dan tot de koning, stopte Daniel niet met bidden. Nee, hij bleef God zoeken en zo zijn God aanbidden en kracht zoeken bij God. De enige en ware God. Dat deed hij niet uit gewoonte, maar omdat hij God nodig had. Het gebed was de communicatie tussen Daniel en God, en zo mocht Daniel voor God leven.

Dat is gelijk een les voor ons allemaal, de communicatie met God is heel belangrijk en het is goed om dat op vaste momenten te doen. Het is geen wet van Meden en Perzen, maar het is van levensbelang. Daniel ging drie keer per dag in zijn huis om God te zoeken en zo is ook bij de meeste christen de gewoonte om een aantal keren per dag te bidden. Daniel geeft ons hier het goede voorbeeld en zo mogen wij ook een aantal keren per dag tot God komen.

Maar het moet niet alleen uit gewoonte gaan, zul je zeggen. Nee, dat is ook zo. Maar toch mogen we er een gewoonte van maken. Het hoeven niet steeds mooie woorden te zijn, er mogen ook vaste gebeden tussen zitten. Bijvoorbeeld bij het eten kun je een vast gebed doen, al ligt het gevaar snel op de loer dat je er niet meer bij nadenkt. Toch zal Daniel ook vaste zaken in zijn gebed hebben gehad. Hij bidt tot God en dankte in zijn gebeden. Dat mogen wij ook doen, God bidden om hulp en voor anderen, maar ook danken voor alles wat we ontvangen. Tot aan het kleinste detail aan toe.

De Heere Jezus is het grote Voorbeeld in het Nieuwe Testament. Als het moment daar komt dat Zijn sterven nadert, bidt Hij tot God. Hij legt alles voor God neer, maar belijdt ook dat Gods wil moet geschieden. Zo mogen wij ook in ons gebed tot God komen. Alles voor Hem neerleggen en het ook aan Hem overlaten. Hij weet wat het beste is, al begrijpen wij dat allemaal niet.


Daniel stopte niet met bidden toen het gevaarlijk werd, laten wij ook niet stoppen met bidden als we daar de ruimte voor krijgen. Stop je met bidden, dan raak je je geloof kwijt. Houd vast door het gebed en leg al je moeiten voor de Koning neer. Zoals het kinderliedje gaat: ik bid wel, ik bid wel, zei Daniel. Hij hield vol, want hij kon niet zonder God. Houd vol! 

donderdag 26 februari 2015

De toren van Babel 2.0

Genesis 11:6 En de Heere zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij
zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn.
Kijk eens om je heen in de wereld, wat is er tegenwoordig nog onmogelijk? Ik kan de telefoon pakken en bellen met Australië, mensen kunnen ziektes de kop indrukken, op technologisch gebied is er heel veel mogelijk en met embryo’s kunnen bijna baby’s worden gemaakt. De mens is tot heel veel in staat en de grenzen van de mens worden elke keer verlegd. Waar zal dit eindigen?
Toch is er niets nieuws onder de zon. De mens sprak in het begin één taal en ze waren één volk. Dat maakte dat samenwerken heel goed ging en de mensen begrepen elkaar. Er waren geen verschillen in cultuur of in taal, er was veel mogelijk. Ze komen op het idee om een toren te bouwen, zodat ze in de hemel kunnen komen. Ze willen naar God, maar niet om de juiste reden. Ze willen zelf God zijn en zelf bepalen wat ze doen en laten. De mens gaat steeds verder en de hoogmoed spat ervan af.
Dan daalt God neer naar de aarde en ziet waar de mens mee bezig is. Het bevalt Hem niet, want de mens is op zichzelf gericht en vergeet God. Dat is natuurlijk begonnen bij de zondeval, maar dat is nog niet zo heel lang geleden. En nu ziet God dat de mens weer voor zichzelf kiest, en dat ze elkaar daarin versterken. God grijpt in, Hij geeft de mensen allemaal een andere taal. Daardoor kunnen ze elkaar niet meer verstaan en gaan ze uit elkaar. Ze zoeken allemaal andere delen van de wereld op om te wonen en daar een eigen volk te stichten. Probleem aardig opgelost, zou je zeggen.
Totdat je nu om je heenkijkt en wat zie je gebeuren? Precies hetzelfde als in de tijd van de toren van Babel. Mensen spreken allemaal dezelfde taal, bijna iedereen spreekt Engels, maar ook andere talen kun je leren. Nog een stapje verder is computertaal, die taal is universeel en daarop wordt veel verder geborduurd. Door de technologie vervagen veel grenzen en dat is gevaarlijk voor de mensen. De grenzen van taal en volk worden met één klik overwonnen, de grenzen van goed en kwaad zijn op internet ver te zoeken. Alles is voor het grijpen en de mens voelt zich er goed bij. Of jij niet?
Toch moeten we er eens bij stil staan en ons afvragen in hoeverre we in alles mee moeten gaan. Willen wij als christenen deel uitmaken van een wereld die lijkt op een wereld die God totaal niet aanstaat, waar God van zegt: straks is er niets meer onmogelijk voor de mens. Net als God willen zijn, we zien het overal in terug. Hoe staan wij daarin? Gaan we er (onbewust) in mee, of leven we bij het Woord van God en laten we bepaalde zaken links liggen. Alles is geoorloofd, maar niet alles is tot opbouw van ons geloof en onze relatie met Christus.
De tijd gaat snel en het einde nadert, God zal straks weer ingrijpen en dan zal Jezus terugkomen op aarde. Hij zal de mens berechten, maar degenen die in Hem zijn zullen worden vrijgesproken. Dat geeft Zijn kinderen verantwoordelijkheid hier op aarde. Wat is ons doel en hoe laten we zijn dat God de grote Koning is? Durven we nog apart te staan en niet overal in mee te gaan? Ik zeg niet dat we niets mogen, maar leven we bewust? Laat het centrale in ons leven Christus zijn en wat komen gaat ons bezig houden, want met dat vooruitzicht kunnen we alles aan. Hij staat ons bij en wij mogen ons aan Hem vastklampen.

In je eigen omgeving

Lukas 4:30 Maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg.
Wat een verdriet zal het bij Jezus hebben gegeven, Hij werd in Zijn eigen woonplaats veracht. Het begon nog zo mooi, Hij mocht voorgaan in de synagoge en de mensen verbaasden zich over de woorden van Jezus. Hij sprak woorden van zaligheid en over het Woord dat op dat moment voor hen vervuld werd. Ja, de Messias stond voor hun neus, maar wilden ze Hem ook erkennen?
Toen Jezus sprak over de weduwe in de tijd van Elia en van Naäman, de buitenlander die genezen werd terwijl er veel mensen in Israël ook melaats waren, werden ze boos. Jezus legde de vinger op de zere plek, Hij sprak openlijk over het ongeloof van de mensen. Ze wilden een teken zien van wat ze hadden gehoord, de mensen geloofden Jezus niet. Hij was immers opgegroeid in hun eigen dorp? En toen Jezus uitsprak dat er geen profeet in zijn eigen stad welgevallig is, werden ze boos. Ze konden zich niet meer bedwingen en ze wilden Jezus doden.
Ze duwen Jezus in de richting van een ravijn, ze wilden Hem op die manier de berg afduwen. Maar voor het zover was, liep Jezus vooruit weg, dwars door hun midden heen. Wat een ontzag moeten de mensen hebben gehad en wat een kracht zal er van Jezus zijn uitgegaan! Ze hoefden Hem alleen nog maar een duwtje te geven en ze konden het voor zichzelf best rechtvaardigen, maar het lukte niet! De grote Koning loopt als Heerser uit hun midden weg en niemand die er iets tegen doen kan.
Ongeloof, het kan een mens verschrikkelijke dingen laten doen. Hier zien we weer waar een mens toe in staat is. Maar God bepaalt! Deze mensen hadden de Christus ook kunnen doden, maar dat was Gods plan niet. Jezus moest in leven blijven om aan het kruis te gaan voor Zijn kinderen. Ook in die situatie had Jezus anders kunnen reageren. Toen de soldaten vroegen naar Jezus en Hij ik ben het zei, vielen ze op de grond. Toch liet Hij Zich meenemen. Hij wilde de straf voor ons ondergaan.
Geloof staat tegenover ongeloof. De kracht die Jezus ontvangt, wil God ook aan Zijn kinderen geven. Het geloof is een krachtig wapen in onze tijd met veel verleiding en moeiten. De kracht die Jezus van God ontvangt om tussen de mensen weg te lopen, ontvangen wij om van de zonden weg te lopen. Wij ontvangen kracht om te leven voor de Allerhoogste. Want Hij is dat toch waard!
Jezus werd veracht in Zijn eigen dorp. Maken jij het ook wel eens mee dat je juist in je eigen omgeving de meeste tegenstand ervaart? Dat je keuzes maakt in het geloof, die je familie of vrienden niet begrijpen? Dat je bepaalde dingen niet meer doet, omdat die niet bij een christelijke levenswandel horen en dat je eigenlijk wordt bespot? Als dat gebeurt, ga je dan alsjeblieft niet aanpassen. Ga door met je veranderingen en leef in Christus. Hij geeft je de kracht om door te gaan, de grote God die bij Zijn Zoon was, wil ook bij jou en mij zijn. Dan is het niet altijd makkelijk, maar je weet wel waar je het voor doet. Voor Hem alleen!

dinsdag 24 februari 2015

Een opdracht voor het leven

Jozua 1:7 Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat.

Mozes is gestorven en God geeft Jozua de opdracht om het volk te leiden. Ze moeten de Jordaan nog oversteken om het land Kanaän te veroveren. God heeft hun al de overwinning beloofd, Hij heeft gezegd dat ze het land zullen innemen. God geeft Jozua een opdracht mee, niet omdat God daar afhankelijk van is, maar om dicht bij God te blijven. God zal zijn belofte niet verbreken, maar Jozua en het volk moeten wel naar Zijn wil leven. Dat is de belangrijkste opdracht die Jozua mee krijgt en met Jozua krijgen wij die ook van God.

Jozua moet in de wetten van Mozes blijven, de dienaar van God. Uiteindelijk zijn de wetten van God zelf natuurlijk, maar het wordt Jozua op het hart gedrukt. Dat vraagt om sterk te zijn en het vraagt om moed. Dat geldt niet alleen voor Jozua en het volk toen, maar ook voor ons nu. Het leven naar de wil van God gaat niet van een leien dakje, maar daar moet je sterk voor zijn en moed hebben om naar Zijn wil te leven. God laat Zijn wil duidelijk zien in de Bijbel en wie zijn wij om daar tegenin te gaan? Heb je de moed om naar Gods wil te leven? Sta jij sterk zodat je Zijn wil kunt doen?

Jozua mag niet afwijken van de wetten van Mozes, niet links en niet rechts. Dat maakt extra duidelijk dat die wegen niet de wegen van God zijn. Ga je rechts, dan dwaal je af, maar ook als je links gaat. Volg het pad van Mijn wil en je zult op de juiste plek uitkomen. Ook is het verstandig om dat te doen, want als je afdwaalt, verlies je God. God keert Zich niet van mensen af, maar mensen keren zich van God af. Daarom is het belangrijk om dicht bij Hem te leven en ook naar Zijn wil te leven. Het is dus ook een leugen als je mensen hoort dat het allemaal niet uitmaakt wat ze doen, omdat ze toch in Christus zijn. Nee, we moeten leven naar de wil van God en dat is Zijn geboden houden. Dat zal niet lukken, en daar is Christus voor gestorven, maar het moet wel ons verlangen zijn.

We hoeven deze opdracht niet alleen uit te voeren, want met Zijn hemelvaart heeft Christus ons een belofte gedaan. Ik laat jullie niet achter als wezen, maar de Heilige Geest zal komen en die zal jullie bijstaan. De Geest van God staat ons bij, dat is toch bijzonder. God geeft ons een opdracht, maar ook nog eens een hulp om die opdracht te houden. De Geest wil in ons werken en ons vernieuwen, elke dag weer. Er moet steeds een stukje van onszelf worden afgebroken, zodat er steeds een stukje Christus bij kan komen.

Wij mogen zo in Christus op de weg naar de eeuwigheid wandelen. We moeten niet rechts of links van die weg gaan lopen, want dan lopen we verkeerd. Vraag God om je te leiden en je ontvangt Zijn Geest. Christus is niet zomaar voor jou en mij aan het kruis gegaan, zodat wij er maar rustig op los kunnen leven. Nee, Zijn werk is wel voor ons, maar wij mogen groeien in Zijn liefde. Dat is onze weg en dat is onze opdracht. God steeds beter leren kennen en onze relatie met Hem versterken en zo leven dat het Hem behaagt. Een opdracht voor het leven: ook voor jou?

maandag 23 februari 2015

De menigte aanbidt God

Openbaring 19:1 En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God.

Wat zal het hart van Johannes een sprong hebben gemaakt toen hij dit hoorde. Hij hoorde een luide stem van een grote menigte in de hemel die bezig waren God te aanbidden. Toen ik dit las, maakte mijn hart ook een sprong. Een grote menigte, het zijn er niet tientallen of honderden en duizenden, maar een grote menigte. God roept veel mensen tot Zijn kinderen en die mogen straks allemaal bij Hem zijn en Hem aanbidden. Wat een heerlijkheid zal het zijn om daar straks deel van uit te maken.

Dat is al een Bijbelse overdenking op zich, de woorden van Johannes op je in laten werken. Je mag je dan verwonderen in God en Zijn Naam ook hier op aarde aanbidden. Hij is zo goed en zo barmhartig, dat Hij vele mensen roept tot kinderen en dat al die kinderen straks voor eeuwig bij Hem mogen zijn. Dat geeft ons allereerst troost voor de mensen die we kennen en die in Christus zijn ontslapen. Ze zijn niet voor altijd dood, maar ze zingen voor de troon van God en aanbidden Hem! Ze hebben de mooiste plaats gekregen die een mens maar kan bedenken.

Het is voor ons op aarde ook een blij vooruitzicht. Natuurlijk mogen we God hier ook aanbidden en Hem steeds beter leren kennen, dat geeft ook veel vreugde. Maar als we straks in de eeuwigheid zijn en Hem daar mogen aanbidden, dat zal toch een ervaring zijn. We kunnen het ons niet voorstellen hoe het zal zijn, maar het zal geweldig zijn. Halleluja krijgt dan een heel andere dimensie. Nu geven we nog zoveel dingen aandacht en zoveel zaken roven tijd van ons met God weg, maar straks is dat niet meer. Halleluja is volmaakt en puur!

Toch brengt het misschien mensen in verlegenheid, want zij zullen er straks niet bij zijn. Daar hoeven we niet voorzichtig om te doen of geheimzinnig, want dat is de waarheid. Er zijn mensen die Hem niet willen kennen en voor eigen rekening willen leven. Ze willen God niet aanbidden, want ze vinden zichzelf zo belangrijk. Voor die mensen zal de toekomt er heel anders uitzien, die zullen niet juichen voor Zijn troon, maar huilen omdat ze zo koppig zijn geweest. Toch is het ook voor hen nog tijd om zich te bekeren en Christus aan te nemen als Verlosser.
Misschien ben jij er wel één van, dan is het nu de tijd om je over te geven!

Christus heeft die zaligheid voor ons bewerkt en Hij dient en prijst daarmee God de Vader. Zo deed Hij de wil van de Vader en die wil doet Hij nog steeds. Hij juicht mee met Zijn gemeente en aanbid Zijn Vader. Wij hoeven het niet allemaal zelf te doen, Christus is met Zijn Geest aanwezig om het ons te leren. Dat is de kracht van God, de liefde die Hij voor ons heeft. We mogen Hem aanbidden en Hem zoeken en steeds een stukje van onszelf verliezen om meer van Hem te kennen.

Wij mogen God aanbidden en Zijn Naam verhogen. Doe je mee?

zondag 22 februari 2015

de verzoeking

Mattheus 4:11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
De verzoeking in de woestijn, een moeilijke periode voor de Heere Jezus. Eerst had Hij 40 dagen en nachten niet gegeten en er staat dat Hij honger kreeg. De grote Koning van het heelal, de Zoon van de Allerhoogste God kreeg honger. Dat kun je toch niet bedenken! En toch gebeurde het, Jezus was echt mens, en de duivel trok aan Hem. Een zwak moment zocht hij op en toen probeerde hij Jezus te verleiden naar hem te luisteren. Maar Jezus slaat de duivel om de oren met het Woord van God!
Vervolgens neemt de duivel Jezus mee naar de rand van het dak van de tempel. Spring er maar af en je zult zeker opgevangen worden. Jezus was nog niet van de duivel af en nu spreekt zelf de duivel woorden uit de Schrift. Hij probeert Jezus te verleiden met mooie woorden uit Zijn Woord, maar totaal uit het verband gerukt. Op deze manier mag je de Bijbel niet gebruiken en kan een ander op een dwaalspoor brengen. Maar weer antwoordt Jezus met een citaat uit de Bijbel: je mag God niet verzoeken.
Nog steeds is Jezus niet van de duivel af. Het is een ware terriër, hij bijt zich vast en laat zich niet zomaar aan de kant zetten. Jezus wordt meegenomen naar een berg en Hij ziet daar alle koninkrijken van de wereld en het wordt Hem aangeboden. Een uiterste reddingspoging van de duivel, Jezus zou niet hoeven te lijden als Hij maar knielde voor satan. Maar dan komt het Woord van Jezus: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. Dan druipt satan eindelijk af, hij weet dat hij dit niet gaat winnen, want de Geest van God is sterker.
Hoe vaak wordt er niet aan ons getrokken. Sommige mensen heel persoonlijk, in een strijd met de duivel. Andere mensen door zondige zaken, waar ze geen afscheid van kunnen nemen. En ook voor ons is de duivel een terriër, hij laat ons niet zomaar los. Maar we mogen ons hierin vasthouden aan ons grote Voorbeeld, Jezus. We kunnen de satan weerstaan door Gods Woord, daar heeft hij niets van terug. Vertrouwen op God is het best wat een mens kan doen en dan mag je ook sterk staan.
De engelen kwamen bij Jezus, en ze dienden Hem. Dat gaf Jezus weer kracht en Hij mocht ook de hulp van de engelen ervaren. Dat zegt iets over de kracht van de engelen, ze hebben macht en kracht van God gekregen. Niet alleen om Jezus te dienen, maar ook om ons te dienen. God heeft ze ons tot beschikking gesteld en daar mogen we ook kracht uit putten. Ze zijn altijd bij ons en staan voor en achter en om ons heen. Ze strijden een strijd in dienst van God, voor ons.
Jezus geeft de duivel het nakijken, terwijl wij daar soms wel eens gefrustreerd van raken. Maar toch mogen we ons vasthouden en de uiteindelijke overwinning van Christus. Dat is immers de grond van ons geloof, dat is waar we op bouwen en vertrouwen. Op dat moment is de satan volledig te gronde gericht, zijn wapens zijn nog wel sterk, maar voor een kind van God niet meer dodelijk.
Jezus is er voor je, in goede tijden en in moeilijke tijden. Welke problemen, aanvechting of zondige zaken er ook in je leven zijn, Hij is er voor je. Hij kan je helpen die te overwinnen en je kunt het ook alleen in Hem vinden. Laat Hem niet los en blijf met Hem praten. Lees trouw in Gods Woord en maak het je eigen. Jezus heeft op die manier de duivel kunnen weerstaan en dat is een voorbeeld voor ons. Dichtbij God leven en Hem dienen, dan worden de mogelijkheden van satan kleiner en loopt hij steeds tegen die muur van geloof aan. Christus helpt ons daarmee door Zijn Geest.
Be strong in Christ!

vrijdag 20 februari 2015

In Christus

Hebreeën 8:1 De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo’n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.
Wat is het nu om christen te zijn? Zou je dat kunnen uitleggen aan de mensen om je heen of als mensen van buiten de kerk je dat vragen? Wat zou je antwoord zijn? Paulus geeft ons hierop het antwoord: wij zijn in Christus, dat is de hoofdzaak van het Evangelie. Dat is het belangrijkste wat een mens trekt naar God en dat is het fundament waarop wij leven. Maar hoe kunnen wij in Christus zijn?
Christus is een Hogepriester, niet een beeld ervan, maar daadwerkelijk dé Hogepriester. Een hogepriester offerde voor het volk in de tijd van het Oude Testament. Het was de belangrijkste persoon in de tempel en offerde voor de zonden en de verzoening van het volk met God. Het was een tussenpersoon, die zich ten dienst stelde aan God, maar ook voor de mensen. Zo is Christus ook een tussenpersoon voor ons, Hij wil onze Hogepriester zijn. Niet door dagelijks een offer te brengen, maar door eenmaal Zijn leven te hebben gegeven voor de zonden van de mensen, van Zijn kinderen.
Een christen is dus in Christus, je hebt een Hogepriester die voor jou heeft geofferd en dat maakt je vrij van de veroordeling. Het leven heeft één zekerheid voor je en dat is dat je veilig bent in Christus, door het werk dat Hij voor ons heeft gedaan. Je hoeft daar ook niet aan te twijfelen, want Hij heeft het gedaan. En vervolgens heeft Hij je ook geroepen om Zijn kind te zijn en deel uit te maken van Zijn gemeente waar Hij voor heeft geofferd. Dat is de kracht van Christus en daarin mogen we rusten.
Soms kun je misschien in twijfel worden gebracht of je wel echt een kind van Hem bent, of je wel echt in Christus bent. Je kijkt dan naar jezelf en ziet eigenlijk alleen maar egoïsme en verkeerde dingen. Door die zonden begin je te twijfelen, dat is aan de ene kant nog te begrijpen ook, want wij zijn op onszelf gericht. Maar dat is niet wat het betekent om in Christus te zijn, dat heeft helemaal niets met ons en onze daden te maken. We zijn in Christus niet door onszelf, maar alleen door Hem!
Daarom hoeven wij niet te twijfelen of bang te worden, want Christus heeft het voor ons gedaan. Niet misschien, maar zeker te weten. En Hij leeft nog steeds, Hij zit zelfs aan de rechterhand van de troon van de Majesteit. Hij zit bij God en onze zonden worden door Christus steeds weer op Zich genomen. Niet door steeds opnieuw te offeren, want het ene offer is genoeg. Deze Hogepriester smeekt en bidt bij God voor ons, en dan mogen we zeker weten dat onze zonden worden vergeven.
De hoofdzaak van het Evangelie ligt, God zij dank, niet bij ons. Het ligt bij Christus, onze Hogepriester. Aan Hem mogen wij ons vastklampen en door Hem mogen wij in het leven staan. Je mag groeien in je geloof en in je relatie met Hem. Daardoor voel je je misschien steeds schuldiger worden, want des te meer je Christus leert kennen, leer je ook steeds beter jezelf kennen. Maar dat neemt niet weg dat we in Hem zijn, en daaruit mogen wij hier op aarde in vrede leven. Vrede, doordat we mogen weten geborgen te zijn in Hem. Dat mogen we zeker weten.
Dank U Heere Jezus, dat U aan de rechterhand van God zit en voor ons pleit. Dat geeft ons de zekerheid van onze redding, want U hebt het gedaan en U houdt ons vast. Dank U Heere God, voor de zonden die U wilt vergeven, maar ook voor het aannemen van ons tot kinderen van U, door Uw Zoon. Wat een machtig Evangelie en wat een liefde van Uw kant.