Posts tonen met het label Christen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Christen. Alle posts tonen

zondag 26 november 2017

De eindoverwinning

Openbaring 2:11 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

De tweede brief aan de gemeenten, aan ons dus. De eerste was gericht op de eerste liefde en nu is het gericht op stand houden in deze wereld. Want Christus weet in wat voor wereld wij leven. Hij weet wat Zijn kinderen te verduren hebben en Hij laat het ons weten. Hij heeft het meegemaakt, Hij heeft er ook tussen geleefd en Hij kent de haat van de wereld. En dat biedt ons troost en hoop en dat laat Hij ons via deze brief weten.

Want de gemeente heeft nogal wat de verduren. Er is verdrukking en armoede, vooral ook door de Joden die de heidenen ook nog eens ophitsen. De christenen in Smyrna, het huidige Izmir, hebben het niet makkelijk. Het is zwaar om overeind te blijven en ze worden tegengewerkt. Ze proberen dicht bij het Woord van God te blijven en te leven naar dat Woord, maar het wordt ze moeilijk gemaakt. En dan is er ook nog die financiële nood, er is zo weinig geld. Fijn om christen te zijn, toch?

Ja, het is toch fijn voor ze om christen te zijn. Want Christus zegt het: toch bent u rijk! Ze hebben namelijk de vergeving van de zonden ontvangen en dat maakt ze rijk. Ze mogen Jezus Christus kennen en weten dat Hij voor hun zonden heeft betaald. Zijn bloed is gevloeid voor hen allen en dat maakt ze rijk. En zo kunnen ze staande blijven in die moeilijke omstandigheden. Nee, ze gaan niet toegeven aan de wereld om hen heen, ze gaan niet mee in alles was er te doen is en dat het leven toch iets makkelijker maakt. Ze mogen overwinnen en dat heeft een heerlijke beloning, want de tweede dood zal ze zeker geen schade toebrengen.

En nu de deze brief naar jou en mij, want in de tekst wordt het gezegd: wat de Geest tot de gemeenten zegt. Het is ook een boodschap voor ons. En dat worden wij opgeroepen om staande te blijven, om dichtbij het Woord van God te blijven en te roemen in het verlossingswerk van Christus. Wat is er wel niet om ons heen aan verleidingen en als we daar niet in mee gaan ondervinden we ook verdrukking. Ieder op zijn of haar eigen manier, wanneer we vasthouden aan God Woord. Want we kunnen ook mee gaan en we zien het toch om ons heen. Veel kerkmensen gaan volop mee met de wereld om hen heen, want dat moet toch immers kunnen.


Laten we sterk staan en blijven in de kracht van Christus en gevoed door de Heilige Geest. Laten we leven vanuit het Woord van God en niet meegaan in alle verleidingen die er zijn om ons heen. We moeten anders zijn, ook al roept dat weerstand op. Maar het zal ons de eindoverwinning brengen, want de tweede dood zal ons geen schade toebrengen. We zullen bij God mogen leven in de hemel en met Hem regeren! Dat is de zegekroon die wij mogen ontvangen wanneer we staande blijven! Doe je mee? Blijf je dicht bij de Bijbel en sterk staan in deze wereld?

woensdag 8 februari 2017

Wat is je enige troost in het leven en bij het sterven?

1 Korinthe 3:23 U bent echter van Christus en Christus van God.

Dat mijn lichaam en mijn ziel niet van mijzelf zijn, zowel in het leven als bij het sterven, maar alleen van Jezus Christus op Wie ik kan vertrouwen. Hij heeft met Zijn bloed voor al mijn zonden betaald en heeft me verlost uit de macht van de duivel. Ook zorgt Hij ervoor dat er geen haar van mijn hoofd kan vallen als de Vader dat niet wil en zelfs dat alles in het teken staat van mijn zaligheid. Daarom verzekert Hij mij, door de Heilige Geest, dat ik voor eeuwig met Hem mag leven en maakt Hij dat ik van harte voor Hem leef.

Dit is het geloof in een notendop. Wij kunnen als christenen maar uit één ding onze troost putten en dat is dat we van Christus zijn. We zijn niet meer van onszelf, maar van Jezus Christus en Hij is van God. We zijn dus van God en niet meer tegen God. Wanneer we van onszelf zouden blijven, blijft de zonde in ons voortwoekeren en zullen we nooit heilig voor God kunnen zijn. Maar nu we van Christus zijn en Zijn werk ook voor ons is gedaan, zijn we heilig voor God. God accepteert het offer van Zijn Zoon alsof wij het zelf hebben gedaan en ziet ons ook door Zijn Zoon aan. Jezus heeft voor al onze zonden betaald, niet één uitgezonderd en dat maakt dat we schoon voor God zijn.

De duivel heeft ook geen macht meer over ons en verliest zijn kracht. Hij kan ons beheersen wanneer we niet van Jezus Christus zijn en Hij kan ons zo in bezit nemen dat we hem volgen. Hij verleidt ons keer op keer en probeert ons naar hem toe te trekken. Laat duidelijk zijn dat het niet de duivel is die in ons zondigt, maar dat wijzelf zondigen. De duivel verleidt ons en trekt ons bij God vandaan, maar wanneer we van Christus zijn heeft de duivel die macht niet meer. De kracht van het bloed van Christus is te sterk en heeft Hem verslagen op Golgotha, zelfs zijn meest afschrikkende wapen de dood is teniet gedaan en overwonnen.

En alles staat in het teken van onze zaligheid. Dat is wel een troostvolle gedachte. Want we kunnen onszelf weleens verliezen in waarom vragen. Waarom moet ons dit of dat overkomen of waarom ben ik niet sterk op bepaalde gebieden. Maar dan lezen we in Romeinen 8:28 dat alle dingen meewerken te goede. Dat maakt het verdriet of de pijn niet kleiner, maar het mag ons wel bij Christus weer brengen want in Hem zijn we bij God en die weet het zo te maken dat het meewerkt te goede.

En God geeft ons Zijn Heilige Geest die ons verzekert dat we voor eeuwig met Hem mogen leven. Daar hoeven we niet aan te twijfelen, maar dat mogen we zeker weten. Het leven van een christen stopt niet bij de dood, maar begint dan pas in heerlijkheid. Dit kleine stukje op aarde is alleen maar het begin en soms zo moeilijk, maar na de dood gaat het eeuwig duren en dat is niet moeilijk, maar heerlijk. En met dat uitzicht mogen wij niet al van harte voor Hem leven. Ons leven staat in dienst van God en dat bepaalt ook onze keuzes in het leven. De grote keuzes van werk, studie, kerk en gezin. Maar ook de kleinere keuzes van wat kijk ik wel en wat niet, waar doe ik wel aan mee en waar niet.


Zo wil God ons troosten en ons helpen in deze moeilijke wereld. Hij laat ons niet alleen, maar geeft ons Zijn Woord en Zijn Geest. Die zullen ons helpen om voor Hem te leven en die verzekeren ons van de heerlijkheid van God!

Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 1

donderdag 15 december 2016

In de schaduw van de Allerhoogste

Psalm 91:1 Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.

Soms kan het ineens donker zijn in je leven. Er gebeurt iets ernstigs en je stort in een donkere periode. Van dag wordt het ineens nacht voor je en je weet niet waar je het zoeken moet. Je hebt verdriet, groot verdriet om wat er is gebeurd en je kunt er geen kant mee op. Mensen kunnen je proberen te bemoedigen, maar het helpt niet. Dan is er nog maar één plek waar je naartoe kunt en dat is de schuilplaats bij God. Want hoe donker de nacht ook is, bij Hem mag je overnachten en Hij bedekt je met Zijn schaduw.

Wanneer God je bedekt met Zijn schaduw ben je niet direct van je verdriet en ellende af. Maar God zal je wel omringen en je Zijn liefde geven, hoe moeilijk dat op die momenten ook kan zijn. Want je kunt vragen hebben aan God, je kunt verwijten hebben naar God en Hem niet begrijpen. Dat zijn menselijke reacties en dat mag ook in die periode. Maar wanneer je het doet in Zijn schaduw, dan mag je ze tegen Hem uitspreken. Je mag alles tegen God zeggen en je hart voor Hem uitstorten en Hij zal je met Zijn Geest bedekken. Hij zal je uiteindelijk rust geven want bij Hem alleen is de rust voor je ziel te vinden.

God weet zelf als geen ander wat het is om door moeilijke momenten heen te gaan. Toen de mens zich van Hem afkeerde heeft God pijn gevoeld. Toen Jezus aan het kruis ging, toen Hij werd veracht en zelfs neer moest dalen in de hel, zal God de pijn hebben gevoeld. De schuld van de zonde is zwaar, dat merken wijzelf ook in ons leven. De bepakking van de zonde is een last, dat zien we in alles wat er op aarde gebeurt. En God kent het, Hij weet wat wij meemaken en daarom strekt Hij Zijn schaduw over ons uit en mogen wij bij Hem schuilen.

Want ondanks de pijn, is daar het werk van de Zoon. Hij heeft ervoor gezorgd dat de ellende niet voor altijd zo zal blijven. Toen Hij afdaalde naar de hel en de dood overwon, is Hij in onze plaats gaan staan. Maar ook Jezus kent de last van de zonde, Hij heeft alles op Zijn schouders gedragen. Maar Hij deed dat uit liefde voor ons. En met Zijn liefdevolle armen wil Hij ons omringen, vooral in tijden van verlies en zwaar verdriet. Hij is het die wonden heelt en ons hart zalft met Zijn zaligende handen. Diepe wonden legt Hij Zijn vingers op en zware tranen droogt Hij.


Daarom mogen wij tot Hem gaan met onze pijn, met ons verdriet en met alles wat ons bezighoudt. De pijn zal blijven, maar Hij zal het verzachten. En als we het soms niet meer weten waar we het zoeken moeten, dan is daar die Schuilplaats. De Schuilplaats waar we mogen huilen, waar we ons niet groot hoeven te houden en waar we het kunnen uitroepen tot God.  Sterker nog, Hij zal uiteindelijk alles ten beste keren. Uiteindelijk zal alles nieuw worden, zonder pijn en zonder verdriet. Dan mogen we door de tranen heen zingen: ik mag schuilen in de schuilplaats van de Allerhoogste en overnachten in de schaduw van de Almachtige. 

zondag 11 december 2016

Mijn ziel maakt de Heere groot

Lukas 1:46 En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot,

De lofzang van Maria begint met de zin: Mijn ziel maakt de Heere groot. In eerste instantie valt dit helemaal niet op en lijkt het niet diepliggend te zijn. Een heel gewone zin en daar hoeven we verder niet zoveel aandacht aan te besteden immers. Maar toch is de tekst dieper dan je zou denken. Deze eerste zin uit de lofzang van Maria geeft de kern van ons leven weer. Want om de ziel draait het allemaal in het leven. Maar wat betekenen deze woorden dan precies?

Het woordenboek geeft als betekenis van de ziel: het niet stoffelijke gedeelte vanwaaruit de mens leeft. Het is het onsterfelijke deel van de mens en ieder mens heeft een ziel, net als dat ieder mens overigens dus een lichaam heeft. Maar Maria zingt in eerste instantie niet over haar lichaam, maar over haar ziel. Ze maakt de Heere groot met haar hart en met haar verstand, vanuit haar binnenste komt ze tot aanbidding van die grote God, die de Zaligmaker stuurt. Aanbidding kan niet dieper gaan, dan wanneer het vanuit de ziel komt. Het is je diepste ik, die niemand anders kan zien maar die je wel voelt. En daar begint Maria’s aanbidding.

Vanuit Maria mogen we dit ook verplaatsen naar ons eigen leven. Kunnen wij dit met Maria zeggen? Kunnen wij met onze ziel de Heere groot maken? Is dat het diepste dat in je leeft? Dan is de Geest ook in jou aan het werk en vormt Hij je tot Zijn eer. Je verlangens zijn dan op God gericht en je liefde voor God is niet te stuiten. Je schaamt je niet voor het Evangelie en je leven is God. Je gaat dan met hart en ziel voor Hem, want Hij is voor jou aan het kruis gegaan. Daarom is onze ziel zo belangrijk en dat is ook dat zal worden behouden.

De ziel werkt van binnenuit en dat gaat doorwerken naar buiten. Soms lijkt het net of mensen heel veel goede dingen doen en leven zoals het volgens de Bijbel hoort, maar wanneer het niet vanuit de ziel komt is het allemaal dood. Lees maar eens de brief aan Sardis in Openbaring. De gemeente leeft voorbeeldig en er is niet op aan te merken, maar diep vanbinnen mist het geloof en de liefde voor Christus. Wij zien dat niet altijd, maar God ziet het wel. We kunnen Gods geboden proberen te houden, maar als het alleen uiterlijk zo is dan is het dood. We kunnen in de kerk de hele dienst met onze handen in de lucht staan en de mooiste liederen zingen, maar als het niet vanuit je ziel komt is het dood. Harde woorden, maar het is de werkelijkheid.

Maar wanneer deze dingen wel uit onze ziel komen, als wij ons overgeven aan Jezus Christus en Hij ons binnenste bepaalt, dan wordt God ermee geprezen en groot gemaakt. Dan mogen wij net als Maria zeggen: Mijn ziel maakt groot de Heeren en daarom zing ik mooie liederen in de kerk en val ik in aanbidding, daarom probeer ik te leven naar Gods geboden en Zijn wil te doen. Dan komen wij mensen tot ons doel: God eren in ons leven.

Advent ziet uit op Kerst en er is heel veel wat we kunnen doen in deze tijd. Maar laten we het met hart en ziel doen. Alle diensten die er zijn vanuit onze ziel beleven, al het goede werk voor de armen en de zieken vanuit onze ziel doen en al het andere dat in deze tijd van het jaar gedaan wordt: doe het vanuit je ziel en de liefde voor Jezus Christus.


Dan kunnen we werkelijk zingen: Mijn ziel maakt groot de Heere en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker! 

zondag 23 oktober 2016

Voorwaarts christenstrijders!

2 Koningen 6:17 En Elisa bad en zei: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag: en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa.

Vraag je je wel eens af wat er allemaal om ons heen gebeurt? Is er iets van een extra dimensie in ons leven, dingen die wij niet zien? Nu, dat is er wel degelijk. Lees maar eens de geschiedenis uit 2 koningen 6. Hierin zien we dat er complete strijdmachten in de lucht zijn, om ons heen zijn en ze zijn verwikkeld in een keiharde strijd. De strijd tussen goed en kwaad, de strijd tussen het goede en het kwade, de strijd tussen God en satan.

De Syriërs staan voor de stad en ze zijn veel sterker dan de Israëlieten. Iedereen is bang, want er staan zoveel soldaten voor de poort, het is overduidelijk dat Israël hier nooit van kan winnen. Ook de knecht van Elisa is bang, maar Elisa bidt tot God of Zijn ogen open mogen gaan. En ja hoor, de ogen gaan open en dan ziet de knecht een compleet hemels leger, paarden en strijdkrachten van vuur! Zij staan aan de zijde van Elisa en Israël. Ze hoeven uiteindelijk niet eens te vechten. Want ze krijgen de overwinning van God!

Deze strijd was een strijd van het aardse, waar de legers van God klaar stonden om in te grijpen. Maar God laat hiermee zien dat er een zwaardere strijd woedt en dat is de strijd tussen het goede en het kwade. En weet je, wij staan er midden in. Wij werken er zelfs aan mee! Wanneer je bij God hoort, vechten de hemelse leger aan onze zijde. En wanneer we bidden en leven met God, staan deze legers sterk en daardoor kunnen ze ons omringen en kracht geven. Daarin mogen wij ons ook sterken in de geestelijke strijd, we mogen zelf ook de wapenrusting aantrekken.

Maar het kwaad heeft ook legers die er zijn om ons te verleiden. Ze willen dat we juist dingen doen die niet bij God horen. Ze willen je bij God weghouden of wegtrekken. Ze zijn alleen maar bezig om onze aandacht op andere zaken te richten. Ze doen dat op verschillende manieren: hier in het westen geven ze ons heel veel te doen, drukte, sport, verleidingen op allerlei gebied. Zolang we maar niet aan God denken en met Zijn Woord bezig zijn. In andere delen van de wereld geven ze juist vervolging om af te schrikken en daar zijn ze bezig om via armoede mensen van God af te houden. Vergis je niet, het is een hevige strijd!

Maar wij mogen sterk staan, op onze knieën! Dit is een strijd die kan alleen op de knieën worden gewonnen. Gebed is het krachtigste wapen tegen het kwade en zo kunnen we ook alleen maar sterk staan. Wanneer je een leeg of geen gebedsleven hebt, dan sta je open aan allerlei verleidingen. Het is dan de tijd om je in de strijd te voegen en op je knieën te gaan. Strijd dan de goede strijd van het geloof. Dat is niet zomaar een loze spreuk, maar een werkelijkheid. Ook jij en ik moeten de strijd aan gaan en wij hoeven dat niet alleen te doen.

Want de uiteindelijke strijd is gestreden toen Christus de hel en de dood heeft overwonnen. En Jezus is aan onze zijde en voert de legers aan. Stel je daarom afhankelijk op, bidt en leef met God. Je kunt niet zonder Hem. Laat je niet afleiden van Hem, laat niets tussen jou en God inkomen en wees waakzaam hiervoor! Dit is een strijd op leven en dood! Wil je leven? Dan moet de strijd gevoerd worden, anders zul je sterven.


Voorwaarts christenstrijders!

zondag 16 oktober 2016

Christus overwint de haat van de wereld

1 Johannes 3:13 Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.

Haat tegen christenen, tegen het christendom, het is er al sinds Jezus op aarde rondliep. Jezus was immers anders dan de mensen die op dat moment leefden! En dat zette kwaad bloed bij veel mensen. En als we nu om ons heen kijken, dan zien we nog steeds hetzelfde. Op sociale media wordt vaak gesproken over christenhonden, de politiek wil al het christelijke uit de samenleving bannen, en de mensen om ons heen hebben er een hekel aan als we ons aan de Bijbelse principes houden en willen leven naar de wil van God.

Soms wordt je er wel eens moedeloos van, mag ik dan niet naar de Bijbelse principes leven en heb ik dan niet de vrijheid om van die liefdevolle God en Zijn Zoon te getuigen? En wanneer mensen zich echt tegen het christendom keren en van alles doen om het kapot te maken en voor alles uit te maken, dan wordt ik zelfs wel eens boos. Herken je dat?

Maar Johannes zegt ons: verwonder je niet! Het is niet alleen van nu dat de wereld Christus haat. En het is eigenlijk ook nog begrijpelijk ook. Want wanneer iedereen de rijkdom van het Evangelie zou kennen, dan zou iedereen zalig worden. Maar niet iedereen kent die rijkdom en dan gaat men er tegenaan schoppen. Je zult worden gehaat, omdat je anders wil zijn en de wereld wil niet dat je anders bent. Men haat het wanneer je tevreden kunt zijn met het geloof en wanneer je houvast hebt in het leven. Men haat het wanneer je wilt leven naar Gods geboden en daardoor anders moet zijn in de wereld. En die haat zit heel diep en gaat heel ver.

Maar we hoeven ons daardoor niet verslagen te voelen! Want wij weten: Jezus leeft. Hij leeft en wij met Hem. Alles wat hier op aarde ook maar kan en mag gebeuren, het valt totaal in het niet wanneer we het tegenover de liefde van Jezus zetten. De diepgewortelde haat valt in het niet bij het alles vergevende bloed van Jezus Christus. Ja, we zullen hier tijdelijk die haat moeten verdragen, maar er komt een dag dat het allemaal voorbij is en dan zullen we beloont worden voor de standvastigheid.

Misschien merk jij wel niets van die haat. Vraag je dan eens af of je leeft naar de wil van God. Of ga je in alles mee van de wereld? Je vindt het maar onzin, die geboden van God. Al je zonden zijn immers al vergeven, of misschien maken die zonden je helemaal niets uit. Maar wanneer je leeft voor Christus en leeft naar de wil van God, zal de wereld zien dat je anders bent. En dat wordt niet geaccepteerd! Vraag Christus dan om inzicht in het Woord, vraag Hem om Zijn Geest die je laat zien hoe je moet leven. Want God vraagt ons om te leven naar Zijn wil.

Laten we als christenen de handen ineen slaan. We moeten elkaar niet nog meer de tent uitvechten, maar samen sterk staan in de naam van Jezus. ZO mogen we de liefde uitstralen van Hem en dat doorgeven aan de wereld. Hij zal ons helpen om bestand te zijn tegen de haat van de wereld, Hij beschermt ons tegen de verleidingen om mee te gaan met de wereld. Christus overwint de haat, sterker nog: Hij heeft de haat al overwonnen.

In de plaats van haat stelt Hij onvoorwaardelijke liefde. Wat een rijkdom als wij die mogen ontvangen. Dan hoeven we ons niet te verwonderen over de haat van de wereld, maar dan mogen we verwonderd Zijn liefde aanschouwen en ons erdoor laten vervullen.

zondag 25 september 2016

Een rotsvaste hoop

Hebreeën 6:19 Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel.

Waar hoop je op? Dat kan een vraag zijn die aan ons allemaal gesteld kan worden en het antwoord is meestal een onzeker iets. Misschien hoop je op een goede baan, een leuk huis, een leuke partner of misschien hoop je wel rijk te worden. We hopen allemaal wel op iets, maar het is toch allemaal wat onzeker. Dat is typisch de hoop van deze aarde, die is niet vast maar onzeker. Maar als we de hoop hebben op God, dat is een zekere hoop!

De schrijver van de brief aan de Hebreeën wil de lezers opbouwen door ze hoop te geven. En dat is niet een hoop die onzeker is, maar een rotsvaste hoop. Het gaat over de vervulling van Gods belofte aan Abraham. Maar ook over de vervulling van Gods belofte op verlossing, dat Jezus Christus zal terugkeren om ons mee te nemen naar de hemel.

Die rotsvaste hoop stoelt de schrijver op de belofte van God aan Abraham. Dat was niet zomaar een belofte, maar een eed. Een eed die God heeft gedaan en op zichzelf heeft gezworen. Hoger kan een eed niet zijn, meer lading kan een eed niet hebben. En als God zo’n eed aflegt, dan mogen we er zeker van zijn dat Hij dat ook zal waarmaken.

Hij heeft dat gedaan voor Abraham. Abraham zou gezegend worden door God en overvloedig in aantal toenemen. Dat kunnen we allemaal zien. Het volk Israël is talrijk geworden. Ze leven over de hele wereld en bestaan al vanaf Abraham. Welk ander volk kan dat zeggen? Die belofte van God is dus gehouden, maar God heeft nog iets groters gedaan. Hij heeft zelfs mensen aan Zijn volk toegevoegd. Hij heeft uit de heidenen mensen zoals jij en ik geroepen en ook tot Zijn volk laten behoren. God heeft zo Zijn eed zelfs uitgebreid.

Zo heeft God ook Zijn belofte aan Adam en Eva gehouden. Er zou een Verlosser komen om de straf te dragen en satan te verslaan. En ook dat is gebeurd. God heeft daarin woord gehouden door Zijn Zoon naar de aarde te sturen en te sterven voor de zonden van de mens. Hij heeft de mens niet laten zitten op het moment dat het moeilijk werd. Jezus heeft een zware last gedragen, maar omwille van Zijn belofte en Zijn liefde voor de mens, is Jezus toch aan het kruis gegaan. Dank je Hem daar elke dag voor? Dank je Hem daarvoor met je leven?

En op die basis mogen wij hoop houden op de wederkomst van Christus en een leven voor eeuwig met God. Dat heeft God immers belooft? En wat God belooft, dat zal gebeuren. Wat er ook om ons heen gebeurt, hoe zwaar we het soms ook hebben op persoonlijk gebied, we mogen ons vastklampen aan de belofte van God. Die hoop op Zijn komst en te leven in Zijn rijk is niet onzeker, het is juist een rotsvaste hoop.


Jezus is ons als Voorloper binnengegaan, als Hogepriester tot in eeuwigheid. Hij bidt voor jou en voor mij in de hemel en Hij zorgt ervoor dat wij die hoop mogen blijven koesteren. Geef je leven over aan Hem en dan zul je vaststaan op die hoop!

donderdag 25 augustus 2016

Vrijgekocht door Jezus

Jesaja 35:10 Wat wie door de Heere zijn vrijgekocht, zullen terugkeren; zij zullen Sion binnenkomen met gejuich. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn, vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen en verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

Jesaja schrijft in dit hoofdstuk 35 over een woestijn. Een woestijn kennen we allemaal wel van de foto’s; het is een dorre plaats waar niets groeit. In hoofdstuk 34 gaat het daar ook over, Edom zal een woestijn worden. Gods hand zal ze straffen en er zal weinig plezier zijn. Echte vreugde is daar niet te vinden.

Bij ons is het niet anders, kijk maar eens om je heen. Het lijkt allemaal zo mooi en lijkt zoveel blijdschap, vooral in het westen is het tevredenheidsgevoel nog nooit zo groot geweest. De mensen zijn blij met hun levens, maar waar zijn ze uiteindelijk blij mee? Met allemaal uiterlijkheden zoals: veel geld verdienen, vaak op vakantie, hard werken, mooi auto’s, veel drinken, af en toe drugs gebruiken, vreemdgaan en ga zo maar door. En ja, ook christenen komen hiervoor in aanmerking, maar het blijft leeg.

Maar dan komt Jesaja met een krachtig Woord van God. De woestijn zal niet langer een dorre plaats zijn, maar er zal vrolijkheid heersen. De wildernis zal in bloei staan, er zal een heerlijke tijd aanbreken! Lees het gedeelte vanaf vers 1 maar eens door. Het is een goed nieuws bericht. Een en al vreugde en blijdschap! Dus het kan toch?

Ja, ook in deze tijd mogen we dat vooruitzicht hebben. Het zal niet allemaal verdriet en pijn blijven. Voor degene die zijn vrijgekocht door de Heere, zullen terugkeren en Sion binnenkomen. Sion was voorheen Israël of Jeruzalem. Het staat symbool voor het land van God. En nee, nu zullen de vrijgekochten niet naar Jeruzalem terugkeren, maar naar het hemelse Jeruzalem. Dat is het vooruitzicht van hen die zijn vrijgekocht.

Wie zijn dat dan, die vrijgekochten? Dat zijn hen die gered zijn door Jezus Christus, de Zoon van God. Zij die zich aan Hem hebben onderworpen, die Zijn bloed als offer hebben aanvaard. Het zijn de mensen die leven naar de wil van God, vanuit Zijn genade. Behoor jij daar ook bij? Want als jij ook bent vrijgekocht, dan is het ook jouw toekomst. En als je nog niet bent vrijgekocht, ga naar Jezus Christus en geef je aan Hem over. Hij heeft de straf gedragen en wil zo ook jou vrijkopen.

En weet je wat het mooie vooruitzicht is? Eeuwige blijdschap zal op je hoofd zijn. Niet even, niet lang, maar eeuwig! Dat is voor altijd en daar komt geen einde aan. En dat zal op je hoofd zijn en er dus nooit meer afgaan. Net als het doopwater bij een kind, dat teken zal er nooit meer afgaan, zo is ook deze blijdschap op je hoofd. Het is door God verkregen en gegeven en zal er nooit meer afgaan.

Dan zul je vreugde en blijdschap krijgen en niet zoals we dat nu kennen. Nu halen we dat uit allerlei leuke dingen, straks alleen nog maar uit het Lam en uit God de Vader. Zij zullen altijd om ons heen zijn en ons vervullen. Dat zal een vreugde zijn die we nu niet kunnen beschrijven, maar straks volledig zullen ervaren. Verdriet en gezucht zullen zelfs wegvluchten, zij zullen met de vijand van God vluchten. Ze zijn er dus niet meer, weg. Wanneer je nu veel verdriet ervaart, is dat je vooruitzicht: het is allemaal weg!

Een heerlijke boodschap voor degenen in de woestijn, een troost van God door de woorden van Jesaja. Hier mogen we onze hoop op bouwen, hier mogen we ons aan vastklampen en hier mogen we naar uitzien. Maranatha! Jezus komt!

maandag 22 augustus 2016

Kijk naar jezelf!

Galaten 2:14 Maar toen ik zag dat zij niet juist wandelden, overeenkomstig de waarheid van het Evangelie, zei ik tegen Petrus in het bijzijn van allen: Als u die een Jood bent, naar heidens gebruik leeft en niet naar Joods gebruik, waarom dwingt u dan de heidenen op de Joodse manier te leven?

Dit was me eerder nooit opgevallen in de Bijbel. Paulus die tegen Petrus inging waar de gemeente bij was. In vers 11 staat: ging ik openlijk tegen hem in, omdat hij te veroordelen was. Het is een bijzondere gebeurtenis, dat Petrus die de discipel van Jezus was op zijn fouten werd gewezen door Paulus. Maar is dat wel correct?

In onze tijd durven we elkaar niet meer terecht te wijzen. Je moet eerst maar eens naar jezelf kijken en dan pas naar een ander. Mensen accepteren het niet meer om gecorrigeerd te worden. Want wie ben jij wel om mij hier op mijn fouten te wijzen? Toch is het een plicht voor ons allemaal. We moeten de mensen om ons heen op hun fouten wijzen. Niet omdat we beter dan ze zijn, maar omdat we de gemeente moeten bewaren voor afglijden. Wanneer mensen dingen zeggen of doen die tegen Gods Woord ingaan, dan mogen we niet stilzwijgen.

Dat is wel eens moeilijk, want je weet de reactie eigenlijk al. Ik weet niet hoe Petrus in dit geval heeft gereageerd, maar ik kan me voorstellen dat dit wel tegen zijn zere been was. En toch heeft Paulus hem terecht gewezen op grond van het Evangelie. Zo moeten wij ook met elkaar omgaan. Op grond van het Evangelie met elkaar samen optrekken. We moeten elkaar vrijheid geven en elkaar geen wetjes opleggen. Dat zien we hier in dit hoofdstuk ook terug. Maar we moeten elkaar wel op de zonde wijzen!

En natuurlijk moeten we ook naar onszelf kijken. Wat is er bij mij mis? Wat moet er bij mij veranderd worden? Dat is de belangrijkste stap voor ons allemaal. En ja, dat is belangrijk. Want zo lang wij hier op aarde leven, doen wij zonde. Niemand is daarvan uitgezonderd. En daar moeten we allereerst ook Gods Woord voor gebruiken. Wat zegt Gods Woord over mijn gedrag, over mijn gedachten en over mijn relatie met God? Ten tweede moeten we ons openstellen om elkaar op te bouwen. Dat betekent dat een ander ons ook op het gebied van geloof kan corrigeren, op grond van het Evangelie. Op die manier zijn we elkaar tot een hand en een voet en zo zullen we allemaal groeien en sterk staan in deze moeilijke tijd. Want zeg nu zelf: lukt het je alleen om stand te houden?

En als je nu denkt, dat heb ik niet nodig, lees dan nog eens goed dit tekstgedeelte. Ben jij beter dan Petrus? We hebben niet altijd het beeld scherp op onszelf. We zijn geneigd onszelf goed te praten, maar laten we nu eens beide spiegels voorhouden. De van Gods Woord en die van onze broeders en zusters. Zo kunnen we, door de Heilige Geest, een krachtig lichaam van Christus blijven bouwen. Een rots in deze woelige tijd van veel winden die alle kanten opwaaien.

Samen staan we sterk in Christus!

zondag 10 januari 2016

Onderwezen door Christus

Markus 2:13 En Hij vertrok naar weer naar de zee; en heel de menigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen.
Jezus heeft weer een wonder gedaan. Een man werd naar Hem toegebracht door zijn vrienden. Ze konden het huis niet in en lieten hem vervolgens door het dak zakken, recht voor Jezus voeten. Toen Jezus het geloof van hun zag zei Hij: Uw zonden zijn vergeven. De Schriftgeleerden die erbij stonden waren verbolgen; hoe durft Hij dit te zeggen? Hoe durft Hij iemand zijn zonden te vergeven. Als antwoord daarop zei Jezus: is het makkelijk om tegen iemand te zeggen dat zijn zonden zijn vergeven of dat iemand weer kan lopen. En direct erop zegt Hij tegen de man: sta op en neem uw ligmat op en ga naar huis.
Vervolgens stond de man op en liep naar huis.
Een groot wonder wat Jezus hier heeft gedaan, maar dat was niet het belangrijkste. Er zijn twee belangrijkere zaken in deze geschiedenis dan het wonder van de genezing. Allereerst natuurlijk dat de zonden van de man zijn vergeven. Jezus vergeeft de man zijn zonden, puur en alleen om het geloof. De man heeft zijn geloof nog niet eens uitgesproken naar Jezus en dan heeft Jezus hem al vergeven. Dat is Christus en dat is hoe Zijn hart eruit ziet. Hij wil dat onze zonden vergeven worden en Hij wil dat we schoon worden, gewassen door Zijn bloed. Dat mogen wij ook geloven, al kunnen we soms met onszelf in de knoop liggen. Jezus wil jou en mij vergeven.
Maar wat ook belangrijk is, is wat er na het wonder gebeurt. Iedereen praat er natuurlijk over en de mensen die het wonder hebben gezien waren buiten zichzelf en verheerlijkten God. Ze konden hun mond niet houden en vertelden anderen ook over Christus. Dat is voor ons een mooie leerschool, zo mogen wij ook anderen bij Christus brengen. Want dat is wat ze deden, de mensen werden nieuwsgierig en wilden Hem ook zien en horen. Is de manier waarop wij ons geloof leven ook een uitnodiging voor anderen om bij Hem te komen? Die vraag mogen we onszelf steeds weer stellen.
Jezus ging naar de zee en de mensen wisten dat. Een aantal zullen Hem zijn gevolgd, want ze wilden meer zien. Zo vaak zie je natuurlijk geen wonderen. Maar Jezus had met dat wonder niet alleen bereikt dat de mensen God gingen aanbidden, Hij had er ook mee bereikt dat ze aan Zijn voeten gingen zitten en luisterden naar wat Hij hen leerde. De mensen kwamen in een menigte naar Hem toe! Ze wilden leren van Hem en luisteren naar wat Hij hen zou vertellen.
Dat is de plaats waar Christus ons wil hebben, dicht bij Hem en al luisterend naar Zijn onderwijs. Hij geeft Zijn onderwijs in de Bijbel, daar heeft Hij het allemaal op laten schrijven. Als wij in de Bijbel lezen, zitten we ook aan de voeten van Christus. Dan mogen we ons hart openstellen voor alles wat Hij ons wil leren. Het Woord moet ingang hebben tot ons hart en niet alleen ons verstand. En als we dan aan Zijn voeten zitten, of het nu in de kerk is of thuis, dan wil Hij ons over Zichzelf leren. Hij leert ons Wie Hij is en wat Hij voor ons heeft gedaan. Dan wordt het wonder voor ons steeds groter. Maar Hij leert ons ook hoe we ons staande kunnen houden in deze wereld.
Ik kniel neer aan Zijn voeten en open mijn hart voor wat Jezus tegen mij te zeggen heeft. Wat doe jij? Laat jij je ook onderwijzen en stel je daar je hart bij open? Of ga je lekker je eigen gang en wordt je alleen maar verontwaardigd over wat er in de Bijbel staat, net als die Schriftgeleerden?
Jezus leert ons zo ook vandaag weer een les, Hij leert ons dat Hij onze zonden wil vergeven maar ook dat we bij Hem moeten Zijn om zowel Christus als Zijn Vader te leren kennen. Ja, van Hem wil ik leren en door Hem laat ik me onderwijzen. Jij ook?

donderdag 19 maart 2015

Uit hetzelfde hout gesneden

Hebreeën 2:11 Immers, zowel Hij Die heiligt als die die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen.

Ze zijn uit hetzelfde hout gesneden, je hoort de uitspraak vaak. Een kind lijkt op zijn of haar vader of moeder of op een broer of een zus. Je ziet niet altijd gelijk dat ze familie zijn, maar als je ze leert kennen kom je erachter. Ze hebben hetzelfde gedrag, gebruiken dezelfde taal, hun karakters lijken op elkaar, ze hebben dezelfde humor. Ze zijn familie van elkaar. Ze hebben een bloedband en dat merk je overal doorheen.

De schrijver van de Hebreeën brief schrijft over Jezus. Boven het tekstgedeelte staat: wij zien Jezus. Het is geschreven aan de Joden en aan hen wordt uitgelegd wie Jezus is en wat Hij heeft gedaan. Zijn werk wordt beschreven en wordt Jezus verhoogd. Er wordt uitgelegd dat Jezus hoger is dan de engelen en dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn. Jezus heeft door Zijn dood en opstanding alles aan Zichzelf onderworpen en Hij bepaalt dus wat er gebeurt. Hij heeft de grootste kracht! Hij wil ook veel kinderen tot zaligheid brengen, Zijn bloed heeft gevloeid voor velen! Velen zullen dus gered worden en daar zal Hij de Leidsman van zijn. Dat is toch heerlijk! Christus die alles aan Zichzelf heeft onderworpen wil ook onze Leidsman zijn.

Dan komen we bij de tekst van vandaag: Immers, zowel Hij die heiligt. Dat is Jezus Christus, Hij heiligt de mensen. Hij heiligt zondaren door Zijn bloed en dat zijn er niet weinig zoals sommige mensen wel een pretenderen, maar het zijn er veel. Jezus wil veel mensen heiligen! Dat is apart zetten van de rest door Zijn sterven en opstanding. Als zij die geheiligd zijn. Dat zijn de kinderen van God, de mensen die gered zijn door het bloed van Christus. Dat zijn wij, die gewassen zijn door het bloed van Christus! Daar hoor jij toch ook bij? Zo niet, dan is er alle ruimte om bij Hem te komen. Hij wil velen zalig maken, dus ook jou!

En als je van Christus bent, dan ben je in Christus. Wij zijn één! We zijn dan uit hetzelfde hout gesneden. We hebben natuurlijk geen echte bloedlijn, maar wel een geestelijke bloedlijn. Wanneer je in Christus ben, ben je ook niet meer vleselijk, maar geestelijk. Je bent in Hem! Je leeft nog wel in je vlees en daarmee doen we jammer genoeg zonde, maar je geest is in Hem! Je bent niet meer van je vlees, maar van Zijn Geest. Dat maakt je vrij van de zonde en maakt je heilig. Niet door onszelf, maar door het bloed van Hem!

Daarom schaamt Hij zich niet. Ondanks dat wij nog zo zwak zijn en steeds weer in zonde vallen, schaamt Hij zich niet om ons broers en zussen te noemen. Hij wil aan iedereen verkondigen dat we bij Hem horen, daar is geen schaamte bij al zou Hij daar alle reden toe hebben. Hoe is het eigenlijk andersom? Schamen wij ons voor Hem? Durf je ervoor uit te komen? Durf je apart te staan en nee te zeggen tegen zaken die niet bij Hem horen? Dat is toch het minste wat we terug kunnen doen?


Heere Jezus, dank U voor Uw redding en dat U ons heiligt. Geeft U ons dat wij U steeds beter leren kennen en op U mogen lijken, zodat de mensen aan ons zien dat we uit hetzelfde hout als U zijn gesneden. Wilt U ons leiden, want U bent de grote Leidsman! Duizend maal dank voor Uw redding en wij aanbidden U!

zondag 22 februari 2015

de verzoeking

Mattheus 4:11 Toen liet de duivel Hem gaan; en zie, engelen kwamen en dienden Hem.
De verzoeking in de woestijn, een moeilijke periode voor de Heere Jezus. Eerst had Hij 40 dagen en nachten niet gegeten en er staat dat Hij honger kreeg. De grote Koning van het heelal, de Zoon van de Allerhoogste God kreeg honger. Dat kun je toch niet bedenken! En toch gebeurde het, Jezus was echt mens, en de duivel trok aan Hem. Een zwak moment zocht hij op en toen probeerde hij Jezus te verleiden naar hem te luisteren. Maar Jezus slaat de duivel om de oren met het Woord van God!
Vervolgens neemt de duivel Jezus mee naar de rand van het dak van de tempel. Spring er maar af en je zult zeker opgevangen worden. Jezus was nog niet van de duivel af en nu spreekt zelf de duivel woorden uit de Schrift. Hij probeert Jezus te verleiden met mooie woorden uit Zijn Woord, maar totaal uit het verband gerukt. Op deze manier mag je de Bijbel niet gebruiken en kan een ander op een dwaalspoor brengen. Maar weer antwoordt Jezus met een citaat uit de Bijbel: je mag God niet verzoeken.
Nog steeds is Jezus niet van de duivel af. Het is een ware terriër, hij bijt zich vast en laat zich niet zomaar aan de kant zetten. Jezus wordt meegenomen naar een berg en Hij ziet daar alle koninkrijken van de wereld en het wordt Hem aangeboden. Een uiterste reddingspoging van de duivel, Jezus zou niet hoeven te lijden als Hij maar knielde voor satan. Maar dan komt het Woord van Jezus: De Heere, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen. Dan druipt satan eindelijk af, hij weet dat hij dit niet gaat winnen, want de Geest van God is sterker.
Hoe vaak wordt er niet aan ons getrokken. Sommige mensen heel persoonlijk, in een strijd met de duivel. Andere mensen door zondige zaken, waar ze geen afscheid van kunnen nemen. En ook voor ons is de duivel een terriër, hij laat ons niet zomaar los. Maar we mogen ons hierin vasthouden aan ons grote Voorbeeld, Jezus. We kunnen de satan weerstaan door Gods Woord, daar heeft hij niets van terug. Vertrouwen op God is het best wat een mens kan doen en dan mag je ook sterk staan.
De engelen kwamen bij Jezus, en ze dienden Hem. Dat gaf Jezus weer kracht en Hij mocht ook de hulp van de engelen ervaren. Dat zegt iets over de kracht van de engelen, ze hebben macht en kracht van God gekregen. Niet alleen om Jezus te dienen, maar ook om ons te dienen. God heeft ze ons tot beschikking gesteld en daar mogen we ook kracht uit putten. Ze zijn altijd bij ons en staan voor en achter en om ons heen. Ze strijden een strijd in dienst van God, voor ons.
Jezus geeft de duivel het nakijken, terwijl wij daar soms wel eens gefrustreerd van raken. Maar toch mogen we ons vasthouden en de uiteindelijke overwinning van Christus. Dat is immers de grond van ons geloof, dat is waar we op bouwen en vertrouwen. Op dat moment is de satan volledig te gronde gericht, zijn wapens zijn nog wel sterk, maar voor een kind van God niet meer dodelijk.
Jezus is er voor je, in goede tijden en in moeilijke tijden. Welke problemen, aanvechting of zondige zaken er ook in je leven zijn, Hij is er voor je. Hij kan je helpen die te overwinnen en je kunt het ook alleen in Hem vinden. Laat Hem niet los en blijf met Hem praten. Lees trouw in Gods Woord en maak het je eigen. Jezus heeft op die manier de duivel kunnen weerstaan en dat is een voorbeeld voor ons. Dichtbij God leven en Hem dienen, dan worden de mogelijkheden van satan kleiner en loopt hij steeds tegen die muur van geloof aan. Christus helpt ons daarmee door Zijn Geest.
Be strong in Christ!

maandag 16 februari 2015

De weg van je leven

Handelingen 9:6 En hij zei, bevend en verbaasd: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? En de Heere zei tegen hem: sta op en ga de stad in en daar zal u gezegd worden wat u moet doen.
Soms gebeuren er dingen in je leven die je totaal niet verwacht. Er komt iets op je pad, dat eigenlijk niet in je eigen plaatje past. Je hebt zelf iets anders voor ogen, maar op een of andere manier loopt het anders. Dat kan op verschillende manieren, misschien kun je zelf wel iets aanwijzen wat bij jou zo gelopen is. Het heeft ook verschillende redenen, redenen die wij niet altijd zien of begrijpen. Toch zijn wij het zelf niet die uiteindelijk onze eigen weg bepalen, maar is het God die onze weg bepaalt.
Paulus is op weg naar Damascus en wordt overvallen door Jezus, Degene die hij zo haat. Jezus spreekt tot Paulus en zet hem stil. Tot hier en niet verder, Paulus. Jij wilt Mijn kinderen vervolgen, maar dat is niet wat jij moet doen. Ik heb een andere weg met jou, je moet kinderen van mij roepen. Je moet ze laten weten dat Ik echt ben en dat Ik ze lief heb. Paulus reageert met de vraag: Wat wilt U dat ik doen zal. Hij bepaalt niet zelf niet meer wat hij doet, maar Christus bepaalt wat hij doet. Dat is een onverwachte wending, maar wel een levensbepalende wending. Een geschiedenis die zo past in een prachtige roman.
Kijk eens naar Paulus, die op dat moment trouwens nog Saulus heet, en let eens op het antwoord dat hij geeft. Hij protesteert niet, maar laat Christus spreken. En als Christus is uitgesproken is het enige dat Paulus doet een vraag stellen. Heere, wat wilt U dat ik doen zal. Zo legt Paulus zijn leven in de handen van Jezus. Hij weet niet wat het Hem gaat brengen, hij heeft Jezus nog maar net ontmoet. En toch legt hij zijn leven neer bij Christus. Hij weet: ik ben zelf niet meer de baas van mijn leven, maar mijn leven is van Christus. Daar is het goed en Christus weet wat ik moet doen.
Hoe is dat bij jou en mij? Misschien is het al heel wat jaren terug dat je Christus hebt leren kennen, maar misschien ook nog wel heel kort geleden. Maar toen Christus Zich aan jou heeft bekendgemaakt, wat was jou antwoord? Is dat antwoord hetzelfde als de vraag van Paulus: Heere, wat wilt U dat ik doen zal. Dat is moeilijk, want je raakt de regie over je eigen leven kwijt. Je kunt zelf niet meer alles bepalen, het wordt bepaald door Hem. Hij wil je leiden in je keuzes en in de beslissingen die je maakt. Maar je moet het wel overgeven. Ben je daartoe bereid?
Dan kan het zijn dat er zaken anders lopen dan je zelf hebt voorzien. Je leven kan een andere wending krijgen, want je krijgt andere prioriteiten. De weg die je moet gaan kan misschien wel een moeilijke zijn, maar het is nooit te moeilijk want Christus is bij je. Hij zegt niet alleen: keer om! Maar Hij wil je daar ook in bijstaan. Misschien moet je wel bepaalde dingen laten, omdat het je relatie met Hem in de weg staat, durf je het aan?
Christus zal ons altijd leiden. In moeilijke tijden, maar ook als het ons voor de wind gaat. Hij is altijd bij je en onze weg mag in Zijn handen liggen. Die weg is de weg naar de zaligheid, dat is de hoofdweg. Er zijn verschillende rijbanen en iedereen heeft zijn of haar eigen rijbaan. Maar het is wel de weg naar de hemel. Het is goed om daar bij stil te staan en misschien moet je van rijbaan wisselen. Vraag Jezus om je te laten zien wat er moet gebeuren en laat hem je levensweg bepalen. Dan is het niet altijd een comfortabele weg, maar wel een weg met een geweldig eindpunt.

dinsdag 10 februari 2015

Smaakmakers

Mattheus 5:13 U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen te worden en door de mensen vertrapt te worden.

Als je altijd gewend bent om zout te eten op bijvoorbeeld je aardappels, dan vind je het niet lekker als je ineens aardappels zonder zout eet. De smaak is weg die er voor jou hoort te zijn. Zout is een smaakmaker, maar ook een conserveermiddel. Je kunt er etenswaren langer mee bewaren zonder dat het bederft. Maar wat als zout deze beide functies verliest? Dan is het nergens meer goed voor.

Diepe woorden van de Heere Jezus, maar ook harde woorden. Hij heeft het over ons bestaan hier op aarde en de manier waarop wij in de wereld leven. Onze levenswijze en wat we wel en niet doen vanuit ons geloof. Wat laten we zien aan de wereld om ons heen en zijn we ons daarvan bewust?

Wij zijn het zout van de aarde, wij geven de aarde haar smaak. Kinderen van God zijn de smaakmakers van de schepping. God heeft ons geschapen om Hem te dienen en later heeft Hij Zijn Zoon gegeven om ons te redden. Als wij vanuit de liefde van Christus leven, dan zijn wij het zout der aarde. We kunnen het niet ontkennen, want Jezus heeft het zelf gezegd: u bent het zout van de aarde.

Hoe kunnen wij dan zout zijn? Wanneer heeft de aarde smaak voor God? Als Hij gediend wordt, dan is het voor God goed. Hij heeft de mensen geschapen en wil dat ze Hem dienen. Als wij vanuit het geloof leven en daaruit handelen, door genade van de Heere Jezus, dan mag je het zout zijn. Je mag leven tot Zijn eer. Dat geeft ook dat er een oproep in de tekst zit: zorg dat je het zout bent! Dat de mensen aan je kunnen zien dat je bij Mij hoort en voor Mij leeft.

Hoe laat je dat zien? Hoe laat je zien dat God en Jezus belangrijk voor je zijn? Hoe laat JIJ dat zien en hoe laat IK dat zien? Nee, het is niet strikt de regels houden omdat het moet en keurig in pas lopen met wat andere mensen vinden. Het is wel leven vanuit Christus. Dan is het voornaamste doel van je leven Hem groot maken. Mensen laten zien dat je anders bent, niet dat je beter bent, maar anders met de dingen omgaat. Je vraagt je niet af wat wil ik, maar wat wil God!

Er zit ook een waarschuwing in de tekst, want als het zout zijn smaak verliest, dat wil dus zeggen zijn geloof en wat erbij hoort, die is nergens meer goed voor. Als je dus niet (meer) gelooft dan komt het niet goed. Het enige wat overblijft is dat je weggeworpen wordt en vertrapt. Blijf dus in Christus en leef vanuit Hem! Ga niet de weg op van de wereld en alles wat daarbij hoort. Want dan is je smaak weg, je leeft voor jezelf. Wij vinden onszelf allemaal wel belangrijk, maar de vraag is: Wie staat op de eerste plek en hoe is dat terug te zien in je leven?


Heere God, help mij om het zout van deze aarde te zijn en dat alles wat ik doe tot reukwerk mag zijn tot Uw eer. Het is vaak zo moeilijk om te leven tot Uw eer, er wordt zoveel aan mij getrokken, maar Heere ik weet dat U mij wilt helpen. Ik leg mijn leven in Uw hand en wilt U het leiden.

zondag 1 februari 2015

Leer mij volgen, met een rustig en kalme moed

Richteren 7:16 Toen verdeelde hij de driehonderd man in drie groepen en gaf iedereen een bazuin en lege kruiken in de hand, met fakkels binnen de kruiken.
Daar sta je dan, je bent een soldaat in het leger van Israël. Begonnen met een grote groep van 32000 soldaten. Van die groep zijn er 31700 soldaten weggestuurd en er zijn er nog maar 300 over. Je moet de strijd aan met een leger dat ontelbaar is. Een groot en machtig leger waar het volk al jaren problemen mee heeft. Eindelijk mag je de strijd aan en wat word je in de hand gegeven? Een kruik en een fakkel! Dan moet je toch wel gek zijn om zo de strijd aan te gaan! Of je bent moedig en hebt vertrouwen in God.
Zo was de situatie voor de soldaten van Israël. God had de meesten af laten vallen en een klein leger overgehouden om Zijn plan ten uitvoer te brengen. Het volk zou Midian niet verslaan, maar God zou de vijand verslaan. De mannen van Israël werden inderdaad met een kruik en een fakkel naar de strijd gestuurd, maar door het plan van Gideon, het plan van God, werden de mannen van Midian verslagen. Midden in de nacht sloegen ze de kruiken kapot en bliezen alle mannen op de bazuin. Het was een oorverdovend geluid en het leek een gigantisch leger. De mannen van Midian raakten in paniek en begonnen met elkaar te vechten. Zo eindigde de strijd met een overwinning voor Israël, zonder dat ze een zwaard in de hand hebben gehad. God heeft ze de overwinning gegeven, Hij heeft Zijn grootheid laten zien.
Vertrouwen op God en de moed hebben blind voor Hem te gaan, dat is wat centraal staat in deze geschiedenis. Wij snappen niet altijd wat er gebeurt of hoe we in dit leven staande moeten blijven. Er kan zoveel spelen, zoals spanning in je huwelijk of problemen met andere mensen. Je kunt tegenslag krijgen in je leven of je kunt een onzichtbare vijand hebben, iets dat je steeds weer een tik geeft. Maar het kan ook zijn dat het je voor de wind gaat en dat je eigenlijk nergens over hoeft na te denken. Je hoeft alleen te denken: hoe kan ik meer geld verdienen of wat zal ik eens met mijn vrije tijd doen? In beide situaties staat er 1 ding centraal: Heb je de moed om op God te vertrouwen?
Vertrouwen op God gaat ten koste van jezelf, je kunt niet op allebei vertrouwen. Je moet jezelf blootstellen aan God grootheid en Hem aan het werk laten. Je mag je handen optillen en zeggen: God het is voor U. Doet U toch met mij wat het beste voor me is, ook al begrijp ik dat misschien niet altijd. De soldaten begrepen het waarschijnlijk ook niet, maar toch gingen op weg naar de vijand met hun kruik en fakkel. Dat is vertrouwen en daar is moed voor nodig!
Vanuit die moed mogen wij zoeken naar God weg in ons leven. Wat wilt U dat ik doen zal, Heere? Jezus heeft voor mij geleden en ik wil U mijn dank geven en U aanbidden in en met mijn leven. God zal zeker naast je staan, Hij zal het vertrouwen in Hem nooit beschamen. Daar kun je zeker van zijn, al lijkt het misschien niet altijd zo. God weet wat goed voor ons is en dat mogen we van Hem ontvangen.
Laat jouw en mijn gebed dan zijn: leer mij volgen zonder vragen, Vader wat Gij doet is goed. Leer mij slechts het heden dragen, met een rustig, kalme moed. Want waar de weg mij brengen moge, aan U hand trouwe Vader, loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land!

vrijdag 23 januari 2015

De aanslag

Genesis 3:4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven.

9/11 is een datum die nooit meer zal worden vergeten. De dag van de grote aanslag op de Verenigde Staten, een verschrikkelijke gebeurtenis waarbij veel mensen zijn omgekomen. Een ziek brein heeft het op deze manier uitgedacht en andere mensen voor zich gewonnen en zo bespeeld dat ze ook de daad nog uitvoerden en zo een grote verwoesting aanbrachten in Amerika. Iedereen in rouw en iedereen in verdriet, dit had niet mogen gebeuren. Dit drama mag nooit meer vergeten worden.

6000 jaar geleden gebeurde het ook al, een verschrikkelijke aanslag op de schepping van God. Alles was mooi en prachtig geschapen en God had de mens gemaakt naar Zijn beeld. Maar er was ook al kwaad ontstaan in de hemel en dat verschrikkelijke kwaad heeft een voltreffer behaald met een aanslag op de mens. De mens heeft het voor waar aangenomen dat het niet zou sterven als het van de vrucht zou eten en dat het net als God zou worden. Een drama, een verschrikkelijke gebeurtenis die fataal is voor het vervolg van de mensheid.

God keert zich tot Adam en Eva en Hij roept ze. Hij weet wat ze hebben gedaan en wat er is gebeurd, het ergste wat de mens kon doen is gebeurd. Het heeft zich tegen God gekeerd, maar God keert Zich niet tegen de mens. Hij zoekt ze op, gelijk al nadat het fout is gegaan. Hij belooft aan de mens dat er verlossing zal komen, het kwaad heeft een tik uitgedeeld maar zal niet winnen. Hij straft de slang en vertelt hem dat zijn kop vermorzelt zal worden. Jezus zal komen, Gods eigen Zoon, en Hij zal de duivel en alles wat erbij hoort verslaan!

Die gebeurtenis in het begin van de mensheid snijdt diepe wonden. Het heeft in de geschiedenis al veel kwaad verricht en ook als je nu om je heen kijkt zie je het nog. Het is verschrikkelijk en we kunnen er niet omheen. Het kwaad, de zonde is nog heel veel aanwezig in de wereld, ja zelfs in elk mens. Sommige mensen willen niets van zonde weten, ze hebben geen zonde meer. Wel, elke keer als ik zeg dat ik geen zonde heb doe ik Jezus tekort. Hij is voor mijn zonden gestorven en wij hebben elke dag weer vergeving nodig en dan mogen we bidden zoals Jezus ons heeft geleerd: vergeef ons onze zonden.

Christus heeft die vergeving gegeven en  Hij wast ons vrij van onze zonden, Hij geeft ons een nieuw hart. Ook heeft Hij zijn Geest gegeven om ons een nieuw leven te geven, zodat we steeds meer op Hem mogen lijken. Dat is toch heerlijk ,dat we meer en meer Hem mogen leren kennen en naar Zijn beeld gaan leven. Het boze dat in ons zit, (zijn wij beter dan Adam?) blijft in ons vechten, maar kan uiteindelijk niet op tegen het bloed van Christus. Elke zonde die aan God wordt beleden zal vergeven worden!


Dat is het antwoord van God, vergeving van zonden! Hij wil of heeft ons tot Zijn kinderen aangenomen en wil ons steeds witter wassen. Elke zonde die we doen, of goede dingen die we laten, mogen we bij Hem brengen en Hij zal ze vergeven. Elke dag weer mag je bij Hem komen met al je tekortkomingen en al je strijd in dit leven. God is genadig en Hij is de Koning! Hij heeft alle macht en heeft die op Golgotha getoond en straks zullen we die God in al Zijn heerlijkheid ontmoeten. 

maandag 12 januari 2015

samen dienen

Exodus 17:12 De handen van Mozes werden echter zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, zodat hij erop kon gaan zitten. Aäron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere kant. Zo bleven zijn handen onbeweeglijk, totdat de zon onderging.

Heb je al eens geprobeerd om met één been te trappen tijdens het fietsen en je andere been niet te gebruiken? Ik zou je willen uitdagen om dat eens te doen en te kijken hoelang je het vol houdt. Ten eerste gaat het al moeizaam om goed vooruit te komen, maar daarnaast is het zo vermoeiend dat je het niet lang uithoudt. Je hebt dus je twee benen nodig om te fietsen. Veel dingen in het leven heb je twee dingen voor nodig. Beide handen om iets groots op te tillen, twee voeten om te lopen en zo zijn er veel dingen op te noemen. Het werkt niet alleen. Zo is het ook in het geloof. We hebben elkaar nodig.

Mozes, toch wel een man die veel heeft betekend voor het volk van God. Een groot leider die volledig vertrouwde op God. Hij heeft veel moeilijke dingen doorstaan en heeft flink wat tegenstand gehad. De tekst van vandaag komt uit een oorlogsverhaal. De Israëlieten worden aangevallen door de Amalekieten en het is een zware strijd. God geeft Mozes de opdracht om boven op de heuvel zijn staf de lucht in te houden, want als hij dat deed, dan waren de Israëlieten aan de winnende hand, maar als hij zijn staf liet zakken werden de Amalekieten sterker. De strijd duurde voort en de arm van Mozes werd zwaar, hij kon het niet alleen. De grote Mozes had Aaron en Hur nodig om zijn staf in de lucht te houden. Zij ondersteunden de arm van Mozes, zodat deze niet zakte. Mozes was niet slap en was niet zonder doorzettingsvermogen, maar het was vermoeiend en zwaar om het alleen te doen. Eerst lukte het aardig, maar daarna zou het mis zijn gegaan als hij Hur en Aaron niet had. Ze hielden stand en Jozua behaalde met zijn leger de overwinning.

Dit beeld van Mozes is typerend voor ons als christenen. We kunnen het niet alleen. We hebben elkaar nodig als broers en zussen. Als kinderen van God hebben we elkaar nodig, want het is zwaar om staande te blijven in deze wereld. We moeten er voor elkaar zijn en voor elkaar klaar staan. Wij zijn niet sterker dan Mozes, zodat we het wel alleen kunnen. Misschien gaat dat wel een tijdje goed, maar uiteindelijk is het niet vol te houden. Het is net als het fietsen met één been, het gaat wel maar uiteindelijk gaat het niet. Daarom heeft God ons andere gelovigen gegeven, zodat we er voor elkaar kunnen zijn en elkaar steunen. Dat kan op verschillende manier: we kunnen elkaar onderwijzen, we kunnen elkaar (financieel) steunen, elkaar bemoedigen, elkaar opbouwen. We kunnen samen God prijzen en eren en elkaar wijzen op onze fouten. Hoe sta jij in Gods gemeente? Ben jij een hulp en steun voor je broers en zussen?

Wij hebben natuurlijk allemaal kerkmuren, ieder heeft zijn eigen gemeente. Maar als we van Christus zijn behoren we allemaal tot Zijn Gemeente. Dan zijn we allemaal broers en zussen, of we nu gereformeerd, evangelisch, katholiek, orthodox of wat ook zijn. Ieder kind van Hem behoort bij Hem en is dan jouw broer of zus. Sta je ook voor die mensen klaar? Christus kent geen van deze richtingen, Hij kent alleen Zijn kinderen en Hij wil dat je er voor elkaar zijn. Zo kunnen we Hem volgen en anderen tot Hem brengen.

Christus in je hart straalt uit naar de wereld om je heen. Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld, maar begin in je eigen buurt. Toon iedereen de liefde die je voelt voor Christus en dus ook voor de mensen om je heen. Het heerlijke verlossingswerk van de grote Verlosser moet aan iedereen verteld worden, maar ook uitgedragen. Geloven doe je niet alleen, je bent geen Remi, geen einzelganger. Nee, geloven doen we samen.


Laten we samen God danken, groot maken, aanbidden, eer geven, prijzen en laten we leven tot Zijn eer. Dan nemen we vast een (onvolmaakt) voorproefje op de hemel. Want daar mogen we straks voor altijd SAMEN Hem dienen. 

dinsdag 6 januari 2015

Geef ons heden ons dagelijks brood

Mattheus 6:11 Geef ons heden ons dagelijks brood.

Jan is 12 jaar. Al jaren maakt hij voor zijn verjaardag een verlanglijstje. Hij schrijft hierop de zaken die hij graag wil hebben. Dit lijstje verspreidt hij onder zijn ooms en tantes en verdere familie. Maar er is iets geks aan de hand bij Jan. Het zit namelijk zo: Elk jaar gaat Jan een paar dagen voor zijn verjaardag op pad. Hij heeft als zijn spaargeld bij zich en gaat naar alle speelgoedzaken. Hij heeft zijn verlanglijstje in zijn zak en als hij in de winkel komt dan haalt hij het eruit en alles wat op het lijstje staat koopt hij. Hij neemt de spullen met en thuis aangekomen speelt hij er ook nog mee.

Wat een gek voorbeeld, of niet? Wie deelt er nu eerst verlanglijstjes uit om vervolgens zelf naar de winkel te gaan en de cadeaus zelf te kopen. Wel als je onze tekst leest, dan denk ik dat jij en ik dit maar al te vaak doen. We dienen bij God een verlanglijstje in, terwijl we zelf daarna aan de slag gaan om te zorgen dat we het krijgen, zonder nog aan God te denken.

Van wie verwacht jij alle dingen? De Here Jezus leert ons in dit gedeelte van het gebed dat we afhankelijk zijn van God in onze dagelijkse behoeften. Alles wat je ontvangt, dat ontvang je van Hem. Natuurlijk komt er geen brood op tafel als je op je kont blijft zitten en niet aan het werk gaat. Maar wie geeft dat je kunt werken? Wie geeft dat er geld binnenkomt? Het is God die alles geeft. Sta je daar wel eens bij stil?

Als je dit zo leest en je denkt na over de manier waarop je dit gebed altijd voor God opzegt, welke conclusie moet je dan trekken? Als ik eerlijk ben bid ik dit maar al te vaak, maar vervolgens ga ik heel hard aan het werk zonder aan God te denken. Ik zorg dat er brood op de plank komt! Toch is dit een gevaarlijke instelling. Want je wilt dan eigenlijk niet afhankelijk van God zijn. Dat willen wij allemaal niet, afhankelijk zijn. Goede vrienden van me gaan naar Tanzania, dan ben je afhankelijk van giften en gaven van mensen, maar pas dan ervaar je dat je afhankelijk bent van God. Je moet op Hem vertrouwen dat Hij zorgt dat alles er komt.

Even een kleine zijweg. Als je weet dat je alles van God krijgt, hoe zit dit met onze uitgaven? Hoe ga je om met zwart werken en uitbuiten? Hoe sta je op de werkvloer bekend? Hoe ga je om met bedrijven waar je zaken mee doet? Dat zijn vragen die in dit gebed ook naar ons toekomen. We kunnen hier allemaal wat mee voor onszelf.

Toch blijft de belangrijkste boodschap: vertrouw op God. Laat in alles je vertrouwen in Hem zijn. Bid dit gebed oprecht en laat je vervolgens door God leiden. Hij weet ook in dit geval wat het beste voor je is. Je hebt het Brood nodig. Het Brood dat ervoor zorgt dat je voor eeuwig leeft. Als Hij in je gaat werken, dan zul je ervaren hoe Hij je kan vervullen. Je gaat dan rekening houden met je uitgaven en je wilt dat ook andere mensen ervan profiteren. Hij wil jou gebruiken om dit gebed van mensen in de hele wereld te vervullen. Ga je daarin mee? Of blijf je in je zelfvoorziening steken?


Here God, U bent het Die ons alles geeft wat we nodig hebben en meestal zelfs veel meer. Wij willen U daarvoor danken en U vragen om zo in ons te werken dat we het niet alleen voor onszelf houden maar ook voor anderen overhebben. Geef dat wij afhankelijk van U morgen worden, want we weten het zelf te goed. Leid U ons!

donderdag 1 januari 2015

schijnen als kristal

Als kristal mag je schijnen

Handelingen 2:47 en zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.

Sommige mensen hebben een hele verzameling kristal. Het ziet er prachtig uit en het is kostbaar. Maar heb je al eens een kristal gezien waar met licht op werd geschenen? Als je de kans krijgt moet je dat eens doen. Het effect is dat het licht verschillende kanten uitschiet en er verschillende kleuren ontstaan. Het is zo bijzonder om dat te zien. Zo kunnen we de tekst van vandaag lezen.

Het waren de eerste christenen waar de tekst over gaat. Mensen die bekeerd werden op de pinksterdag of de dagen erna. Ze raakten vervuld van de Heilige Geest en Die deed mooie dingen in de mensen. Ze leefden samen en zorgden voor elkaar. Ze braken het brood samen, ze vierden dus het Heilig Avondmaal en kwamen samen in de kerk. Maar ze loofden ook God en deden dat waar de andere mensen bij waren. Ze hielden niet hun mond of voelden zich ongemakkelijk, nee ze spraken over God en aanbaden Hem! Wat zal het heerlijk zijn geweest om bij die groep te mogen horen.

Wij mogen ook op de manier God loven, wij mogen Hem loven in het midden van het volk. Wij mogen Christus laten schijnen in de wereld en zo andere mensen bereiken, zodat ook zij God mogen leren kennen. Als wij Christus in ons laten schijnen, dan zijn we net als een kristal. Het licht valt alle kanten op en mensen zullen bewonderend ernaar kijken. Niet naar ons mens-zijn, maar naar het geloven en het schitteren van Christus. Doen we dat niet veel te weinig?

We kunnen zelf de oorzaak ervan zijn, we kunnen zo bezig zijn met andere dingen dat het schitteren van Christus wegvalt. We kunnen juist met het volk meegaan in hetzelfde leven, we kunnen misschien zelfs voorop lopen en het dan ook nog prima vinden. Heb jij dingen die Christus in de weg staan? Doe ze weg door gebed, de Geest wil je daarbij helpen. Leef niet zoals de wereld, maar wees anders. Luister andere muziek, kijk andere films, bezoek andere gelegenheden, ga anders met je collega’s om, sta anders in je werk, doe anders in de kerk. Uit liefde voor Christus.

En als wij dan Christus uitstralen, dan zal het volk dat goed vinden. Van twee walletjes eten, dat begrijpen ze niet. Maar vol voor het Evangelie leven en uit liefde voor Christus en de naaste leven, dat kunnen ze waarderen en dan zal God mensen toevoegen aan de gemeente.

Christus die schittert in ons, dat is het mooiste, het heerlijkste, het warmste en bijzonderste wat een mens kan meemaken. Niets kan daar tegenop. Hij, de grote Messias, wil ons vervullen met Zijn liefde en die liefde is wonderlijk groot en zo intens, daar zijn geen woorden voor. Heb jij Hem ook zo lief gekregen? Schittert Hij zo in jou leven?


Stralend mogen wij ons geloof vertalen, in onze inzet en in onze liefde. Dank U daarvoor Heere God! U wilt ons liefde geven en wij mogen die doorgeven. Wij mogen Uw handen en voeten zijn op deze aarde en Uw Evangelie van redding en genade doorgeven! Laat ons zo leven in Uw dienst zodat U geprezen en aanbeden wordt.